Adam Johnson (kolonel)
| Adam Rankin Johnson | ||
|---|---|---|
| Bijnaam | "Stovepipe" | |
| Geboren | 6 februari 1834 Henderson, Kentucky | |
| Overleden | 20 oktober 1922 Burnet, Texas | |
| Rustplaats | Texas State Cemetery Austin, Texas | |
| Land/zijde | ||
| Onderdeel | ||
| Dienstjaren | 1861-1865 (CSA) | |
| Rang | ||
| Eenheid | 3rd Tennessee Cavalry Regiment | |
| Bevel | 10th Kentucky Partisan Rangers Johnson's Cavalry Brigade | |
| Slagen/oorlogen | Amerikaanse Burgeroorlog | |
Adam Rankin "Stovepipe" Johnson (Henderson, 6 februari 1834 – Burnet, 20 oktober 1922) was een Amerikaans pionier in het Wilde Westen en militair. Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog nam hij dienst in het Confederate States Army en is voornamelijk bekend van zijn Newburgh Raid. Met 35 soldaten voerde hij een raid uit in Indiana waar hij de verdedigers van het stadje kon misleiden door het namaken van kanonnen met buizen van verwarmingskachels. Hier kreeg hij ook zijn bijnaam "Stovepipe". Na een schermutseling in 1864 raakte hij volledig blind.
Vroege jaren
[bewerken | brontekst bewerken]Adam R. Johnson werd geboren op 6 februari 1834 in Henderson, Kentucky. Hij was de zoon van Thomas J. Johnson en Juliet Rankin. Hij liep school tot zijn 12 jaar waarna hij voor een apotheker werkte tot hij 20 was. In 1854 verhuisde hij naar Hamilton Valley in Burnet County, Texas. Hij vond er werk als landmeter. Johnson overleefde verschillende schermutselingen met Inheemse Amerikanen terwijl hij voorraden bracht naar de verschillende baanposten van de Butterfield Overland Mail Company. Op 1 januari 1861 huwde Johnson met Josephine Eastlang uit Austin, Texas. Het koppel kreeg negen kinderen.[1]
Amerikaanse Burgeroorlog
[bewerken | brontekst bewerken]Nat het uitbreken van de Amerikaanse Burgeroorlog keerde Johnson terug naar Kentucky waar hij dienst nam als verkenner in een cavaleriebataljon van luitenant-kolonel Nathan Bedford Forrest. Zijn vuurdoop was de slag bij Sacarmento waar de Zuidelijken een grotere Noordelijke cavalerie-eenheid omsingelden, versloegen en gevangen namen.[2] In februari 1862 maakte zijn eenheid deel uit van het garnizoen van Fort Donelson. Toen de Zuidelijke bevelhebbers beraadslaagden over een capitulatie, ontsnapten Forrest en zijn manschappen uit het belegerde fort.
Johnson kreeg de opdracht om een cavalerieregiment te rekruteren. Hij werd benoemd tot kolonel van het 10th Kentucky Partisan Rangers. Met zijn regiment voerde hij veelvuldige strooptochten uit in hinterland van Kentucky waarbij de Noordelijke bevoorradings- en communicatielijnen en geïsoleerde garnizoenen werden aangevallen. In juli 1862 voerde hij een raid uit in Indiana waarbij hij het stadje Newburgh kon innemen. Met een handvol van zijn manschappen kon hij het veel groter Noordelijke garnizoen van militiesoldaten overtuigen dat het stadje omsingeld was. Hij had vanuit oude buizen van verwarmingskachels kanonnen nagemaakt. Dit nieuws bereikte zelfs Europa. Sindsdien kreeg hij de bijnaam "Stovepipe".
In 1863 kreeg Johnson het commando over een brigade in de cavaleriedivisie van brigadegeneraal John Hunt Morgan. Hij nam deel aan Morgans Raid. Na de Zuidelijke nederlaag bij Buffington Island slaagde Johson erin om met 350 manschappen de wassende Ohio over te steken. De rest van Morgans divisie raakte niet op tijd weg en werd gevangen genomen.
Op 6 september 1864 werd Johnson bevorderd tot brigadegeneraal. Zijn benoeming zou echter nooit goedgekeurd worden door de Zuidelijke senaat.[3][4][5] Tijdens een schermutseling bij Grubb's Crossroads op 21 augustus 1864 raakte hij door een verdwaalde kogel verblind aan zijn ogen. Hij werd achtergelaten door zijn soldaten en werd gevangen genomen door de Noordelijken. In 1865 werd kwam Johnson vrij na een gevangenenruil. Ondanks zijn permanente blindheid probeerde hij nog een actieve rol in de oorlog te spelen, maar slaagde hier niet in.
Latere jaren
[bewerken | brontekst bewerken]Na het einde van de oorlog keerde Johnson terug naar Texas. Hij liet zijn handicap niet in de weg staan van succes. Hij stichtte een stad, was eigenaar van een bedrijf en hield zich bezig met het inzetten van waterkracht van de Colorado voor allerhande toepassingen.
'Adam R. "Stovepipe" Johnson overleed op 20 oktober 1922 in Burnet, Texas. Hij werd begraven op het Texas State Cemetery in Austin, Texas. Johnson rust naar zijn echtgenote.
Zie ook
[bewerken | brontekst bewerken]Voetnoten
- ↑ Johnson, E. Polk (1912). A History of Kentucky and Kentuckians: The Leaders and Representative Men in Commerce, Industry and Modern Activities. Lewis Publishing Company, 1003–1004. Geraadpleegd op 8 februari 2025.
- ↑ Davison, E. W. and D. Foxx (2007). Nathan Bedford Forrest: In Search of the Enigma. Pelican Publishing, 36–41. ISBN 978-1589804159.
- ↑ Eicher, John H., and Eicher, David J. Civil War High Commands. Stanford University Press, 2001, p. 601 ISBN 0-8047-3641-3
- ↑ United States War Department, The Military Secretary's Office, Memorandum relative to the general officers appointed by the President in the armies of the Confederate States--1861-1865 (1908) (Compiled from official records), p. 32.
- ↑ Warner, Ezra J. Generals in Gray: Lives of the Confederate Commanders. Louisiana State University Press, 1959. ISBN 0-8071-0823-5.
Bronnen
- Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel Stovepipe Johnson op de Engelstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.
Bijkomende lectuur
- Johnson, Adam Rankin, and William J. Davis. The Partisan Rangers of the Confederate States Army. Louisville, Ky.: G. G. Fetter Company, 1904.
Externe links
- graf van Adam R. Johnson
- Raid History, Newburgh Museum Foundation