Blauwe knoop
| Blauwe knoop | ||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||
| Soort | ||||||||||||||||||
| Succisa pratensis Moench (1794) | ||||||||||||||||||
| Synoniemen | ||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||
| Afbeeldingen op | ||||||||||||||||||
| Blauwe knoop op | ||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||
Blauwe knoop (Succisa pratensis) is een plantensoort uit de kamperfoeliefamilie (Caprifoliaceae).
Determinatie
[bewerken | brontekst bewerken]Blauw knoop is een vaste, kruidachtige plant die een hoogte kan bereiken van 30–90 cm. Ze vormt een bladrozet. De onderste bladeren zijn lang- of lancetvormig en de bovenste stengelbladeren lancetvormig. De plant bloeit van juli tot september met 4–7 mm grote blauwe bloemen. Er komen echter ook gele exemplaren voor en soms zelfs geelachtig witte of roodachtige. De bloemhoofdjes zijn bij het begin van de bloei half bolvormig en worden later bolvormig. Het bijzondere omwindsel (buitenkelk) is ruw behaard en heeft vier eironde stekelpuntige tanden. Aan de kelk zitten vijf borstels. Het eenhokkige vruchtbeginsel is onderstandig. De vrucht is een nootje.
Ecologie
[bewerken | brontekst bewerken]Blauwe knoop komt voor op natte tot matig droge, meso-oligotrofe, zwak zure veen-, leem- en zandgronden. Het gaat om standplaatsen in de volle zon. De soort komt onder andere voor in graslanden, heidevelden en in oude vormen van het veenmosrietland.
Syntaxonomie
[bewerken | brontekst bewerken]

In de syntaxonomie staat blauwe knoop te boek als kensoort voor het verbond van biezenknoppen en pijpenstrootje.
Het is tevens een indicatorsoort voor het vochtig schraalgrasland (hm), een karteringseenheid in de Biologische Waarderingskaart (BWK) van Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Vlinders
[bewerken | brontekst bewerken]De bloem wordt veel door de volgende vlinders bezocht: de moerasparelmoervlinder, Euphydryas aurinia beckeri, Euphydryas aurinia laeta, hommelvlinder, Nemophora cupriacella, Nemophora minimella, Stenoptilia aridus, Stenoptilia bipunctidactyla, geelsprietdikkopje, zilveren maan, klein koolwitje en klein geaderd witje en is waardplant voor verscheidene microvlinders.
Biogeografie
[bewerken | brontekst bewerken]Het natuurlijke verspreidingsgebied van blauwe knoop strekt zich uit over de gematigde gebieden van Eurazië. De soort staat op de Nederlandse Rode Lijst als algemeen voorkomend, maar sterk in aantal afgenomen. Ze is ook opgenomen op de Vlaamse Rode Lijst.
Gebruik
[bewerken | brontekst bewerken]Blauwe knoop is een oud geneeskruid dat werd gebruikt tegen de pest, verbrandingen, pokken, darmstoringen, jeuk en roos. De soort is ook in cultuur als sierplant.
Afweerkruid
[bewerken | brontekst bewerken]Blauw knoop wordt gerekend tot de zogenaamde afweerkruiden. Het zou afweer bieden tegen hekserij.
Volgens een oude sage zou de duivel woedend zijn geweest over de geneeskrachtige eigenschappen van de plant en daardoor een stuk van de wortelstok hebben afgebeten. De wortelstok van blauwe knoop heeft een ietwat ongewone vorm. In enkele anderstalige namen van de plant is deze sage terug te vinden.
Externe links
[bewerken | brontekst bewerken]- Blauwe knoop in het Nederlands Soortenregister
- Verspreiding in Nederland volgens NDFF Verspreidingsatlas
- Kaarten met waarnemingen: