Southern blot

De Southern blot is een laboratoriumtechniek waarmee een specifiek DNA-fragment in een complex mengsel van DNA kan worden aangetoond. De methode werd in 1975 ontwikkeld door de Britse bioloog Edwin Southern,[1] en vormde een belangrijke doorbraak in de moleculaire biologie.
De Southern blot was in de jaren 1980-1990 een standaardmethode voor DNA-analyse. Tegenwoordig is de techniek grotendeels vervangen door snellere en gevoeligere methoden, zoals de polymerasekettingreactie (PCR), kwantitatieve PCR en DNA-sequencing.
Techniek
[bewerken | brontekst bewerken]
Bij een Southern blot wordt genomisch DNA eerst geknipt met restrictie-enzymen. De ontstane DNA-fragmenten worden vervolgens op lengte gescheiden met behulp van gelelektroforese (agarose). Daarna worden de fragmenten overgebracht (geblot) op een nylon- of nitrocellulosemembraan. Op dit membraan wordt het DNA gehybridiseerd met een gelabelde enkelstrengs DNA- of RNA-probe die complementair is aan de gekozen sequentie. Na wegwassen van achtergrond kan de gebonden probe zichtbaar gemaakt worden, bijvoorbeeld met fluorescentie, chemiluminescentie of radioactieve detectie.[2]
Zie ook
[bewerken | brontekst bewerken]- ↑ (en) Southern, EM. (1975). Detection of specific sequences among DNA fragments separated by gel electrophoresis. Journal of Molecular Biology 98 (3): 503–517. PMID 1195397. DOI: 10.1016/S0022-2836(75)80083-0.
- ↑ (en) Southern E. (2006). Southern blotting. Nature Protocols 1 (2): 518-525. DOI: 10.1038/nprot.2006.73.