Naar inhoud springen

chemicus

Uit WikiWoordenboek
  • che·mi·cus
enkelvoud meervoud
naamwoord chemicus chemici
verkleinwoord chemicusje chemicusjes

de chemicus m

  1. (beroep) iemand die scheikunde beoefent op een wetenschappelijke manier
    ▸ Ik ben opgeleid als chemicus en dan is het laboratorium nooit ver weg, en ik vond het leuk om die achtergrond mee te nemen naar de geesteswetenschappen.[2]
98 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[3]
  1. ↑ chemicus op website: Etymologiebank.nl
  2. ↑ Bronlink geraadpleegd op 13 september 2020 Weblink bron
    Rob van den Berg
    “Hoe deed zo’n zilversmid dat toch?” (10 juli 2020) op nrc.nl op Wikipedia
  3. ↑ Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be