Naar inhoud springen

groeigroep

Uit WikiWoordenboek
  • groei·groep
enkelvoud meervoud
naamwoord groeigroep groeigroepen
verkleinwoord - -

de groeigroep v / m

  1. categorie die opvallend in omvang toeneemt
    ▸ Want gereedschap zonder snoer is, althans in de visie van de Amerikaanse firma, dé manier om onhandige mensen - de laatste groeigroep in de doe-het-zelfbranche - te transformeren tot verwoede klussers.[1]
  2. (religie) verband van een aantal mensen gevormd om zich samen godsdienstig te ontwikkelen
    ▸ Een groeigroep is een open groep waar iedereen welkom is.[2]
  3. (onderwijs) verband van een aantal leerlingen die extra mogelijkheden krijgen om sneller bepaalde kennis een vaardigheden op te doen
    ▸ Vervolgens krijgen leerlingen met eigen onderwijsbehoeften gespecialiseerde begeleiding en gaan meerbegaafde leerlingen naar de groeigroep.[3]
  1. ↑ Bronlink geraadpleegd op 16 januari 2025 Weblink bron
    Friederike de Raat
    “Onhandige klusser kan veilig boren” (3 augustus 1996) op nrc.nl op Wikipedia
  2. ↑ Bronlink geraadpleegd op 16 januari 2025 Weblink bron Groeien in groepen in: Eilanden-nieuws., jrg. 79 nr. 7545 (29 september 2006), p. 7 kol. 3
  3. ↑ Bronlink geraadpleegd op 16 januari 2025 Weblink bron Gearchiveerde versie “Onze school” (23 mei 2023) op rehoboth.nu