hockeyteam
Uiterlijk
- Geluid: hockeyteam (hulp, bestand)
- IPA: / ˈhɔkiˌtiːm / (3 lettergrepen)
- hoc·key·team
- samenstelling van hockey zn en team zn
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | hockeyteam | hockeyteams |
| verkleinwoord |
het hockeyteam o
- (sport) groep hockeyspelers die samenspelen in een wedstrijd
- ▸ De 29-jarige hockeyster van Den Bosch heeft meer dan 200 interlands op haar naam staan voor het Nederlands hockeyteam. Welten veroverde met Oranje tot nu toe twee olympische titels, vier Europese titels en twee wereldtitels.[1]
- ▸ Toen ik een jaar of 12, 13 was droomde ik van het Nederlandse hockeyteam. Dat is niet gelukt, maar ik vind het mooi om straks langs het veld te staan en hockey op het hoogste niveau met Viaplay naar een breder publiek te brengen.”[2]
- Het woord hockeyteam staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑
Weblink bron “De NOS Sport Woonkamer Work-outs: train vanuit huis mee met topsporters” (Woensdag 15 april 2020), NOS - ↑
Weblink bron Dennis Jansen“Noa Vahle gaat hockey presenteren bij Viaplay: ‘Een mooie kans’” (31-08-2022), Tubantia
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 10
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Sport in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal