invoeringsdatum
Uiterlijk
- Geluid: invoeringsdatum (hulp, bestand)
- IPA: / ˈɪɱvurɪŋzˌdatʏm / (5 lettergrepen)
- in·voe·rings·da·tum
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | invoeringsdatum | invoeringsdata invoeringsdatums |
| verkleinwoord |
de invoeringsdatum m
- (tijdrekening) het tijdstip dat een regeleing van kracht gaat
- ▸ In het zuiden wordt de pas het eerst ingevoerd. De invoeringsdatum blijft 1 januari, zegt Opstelten.[1]
- ▸ De onderhandelingen over de wet 'Werken naar Vermogen' tussen de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en het Rijk verlopen stroef. In februari had de wet er al moeten liggen. De invoeringsdatum 1 januari 2012 wordt dan ook niet gehaald.[2]
- Het woord invoeringsdatum staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑
Weblink bron “Opstelten: wietpas kan ook wat later” (Dinsdag 8 november 2011, 18:37), NOS - ↑
Weblink bron “FNV: samenvoegen regelingen misstap” (Woensdag 30 maart 2011, 12:51), NOS
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 15
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 5 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Invoegsel -s- in het Nederlands
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Tijdrekening in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal