onderlijn
Uiterlijk
- on·der·lijn
- samenstelling van onder vz en lijn zn
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | onderlijn | onderlijnen |
| verkleinwoord | onderlijntje | onderlijntjes |
| vervoeging van |
|---|
| onderlijnen |
onderlijn
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van onderlijnen
- Ik onderlijn.
- gebiedende wijs van onderlijnen
- Onderlijn!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van onderlijnen
- Onderlijn je?
- Het woord onderlijn staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "onderlijn" herkend door:
| 93 % | van de Nederlanders; |
| 94 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑ visclubwessem.nl
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be