ondervoedde
Uiterlijk
- Geluid: ondervoedde (hulp, bestand)
- on·der·voed·de
| vervoeging van |
|---|
| ondervoeden |
ondervoedde
- enkelvoud verleden tijd van ondervoeden
- Ik ondervoedde.
- Jij ondervoedde.
- Hij, zij, het ondervoedde.
- Ik ondervoedde.
| vervoeging van |
|---|
| ondervoeden |
ondervoedde