relatiebreuk
Uiterlijk
- Geluid: relatiebreuk (hulp, bestand)
- IPA: / rəˈla(t)sibrøk / (4 lettergrepen)
- re·la·tie·breuk
- samenstelling van relatie zn en breuk zn
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | relatiebreuk | relatiebreuken |
| verkleinwoord |
- het beëindigen van een liefdesverhouding tussen partners
- ▸ Annemijn (33) heeft spijt van haar relatiebreuk. Ze mist haar ex meer dan ze ooit had verwacht.[1]
- Het woord relatiebreuk staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑
Weblink bron Valerie van der Meer“Annemijn (33): 'Ik mis mijn ex nog elke dag en heb spijt dat ik het heb uitgemaakt'” (16 oktober 2025), Flair