Naar inhoud springen

schampscheut

Uit WikiWoordenboek
  • schamp·scheut
enkelvoud meervoud
naamwoord schampscheut schampscheuten
verkleinwoord

de schampscheut m

  1. beledegende opmerking
    ▸ Wat Lucebert bewoog tot deze aanval weet ik niet. Het zou kunnen zijn dat de Tachtigers definitief hun plaats moesten inruilen voor de Vijftigers. Het is alsof Kloos deze schampscheut voorvoeld heeft.[3]
72 %van de Nederlanders;
55 %van de Vlamingen.[4]