Naar inhoud springen

verhaspeling

Uit WikiWoordenboek
  • ver·has·pe·ling
enkelvoud meervoud
naamwoord verhaspeling verhaspelingen
verkleinwoord

de verhaspeling v

  1. het onjuiste gebruik van een woord of uitdrukking
    ▸ Verhaspeling van de leuze 'zonder annexaties of schadevergoeding', die de bolsjewieken in de Eerste Wereldoorlog als voorwaarde stelden voor een te sluiten vrede met Duitsland, Oostenrijk en Turkije.[2]
    ▸ Ook PvdD-leider Thieme greep in overdrachtelijke zin naar de Bijbel, maar dan met een eigen verhaspeling: „Deze mensen zijn elke dag bezig met de bede: Geef ons heden ons dagelijks bed, bad en brood.”[3]
  1. ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. ↑ “Dokter Zjivago” (1957), G.A. van Oorschot op Wikipedia, ISBN 9789028261396
  3. ↑ Bronlink geraadpleegd op 6 april 2022 Weblink bron “Kamerdebat: bed, bad, brood en... Bijbel” (30 april 2015), Reformatorisch Dagblad