Naar inhoud springen

vertoog

Uit WikiWoordenboek
  • ver·toog
enkelvoud meervoud
naamwoord vertoog vertogen
verkleinwoord vertoogje vertoogjes

het vertoog o [3]

  1. (filosofie) betoog, verhandeling
    • Foucault beschrijft deze relatie als een machtsstrijd, die hij beschrijft als een 'strijd tussen vertogen en door vertogen' ( [4] 
    ▸ De bekende opmerking dat de (westerse) wijsbegeerte één grote voetnoot is bij de teksten van Plato en Aristoteles geeft dit besef van afhankelijkheid van het voorgaande vertoog goed weer.[5]
    ▸ Noties van mannelijkheid en vrouwelijkheid in de sport kwamen ook terug in het dominante vertoog over homoseksualiteit rond het fin de siècle.[6]
45 %van de Nederlanders;
42 %van de Vlamingen.[7]