vertoog
Uiterlijk
- ver·toog
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | vertoog | vertogen |
| verkleinwoord | vertoogje | vertoogjes |
- (filosofie) betoog, verhandeling
- Foucault beschrijft deze relatie als een machtsstrijd, die hij beschrijft als een 'strijd tussen vertogen en door vertogen' ( [4]
- ▸ De bekende opmerking dat de (westerse) wijsbegeerte één grote voetnoot is bij de teksten van Plato en Aristoteles geeft dit besef van afhankelijkheid van het voorgaande vertoog goed weer.[5]
- ▸ Noties van mannelijkheid en vrouwelijkheid in de sport kwamen ook terug in het dominante vertoog over homoseksualiteit rond het fin de siècle.[6]
- Het woord vertoog staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "vertoog" herkend door:
| 45 % | van de Nederlanders; |
| 42 % | van de Vlamingen.[7] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ vertoog op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ Rothfusz, JacquelinePotensia [2016] ISBN 978-90-367-9467-1 pagina 9
- ↑ Hans Achterhuis“De erfenis van de utopie” (1998), Ambo/Anthos uitgevers
, ISBN 9026315244 - ↑ Onno van Nijf“Sportgeschiedenis” (2021), Athenaeum - Polak & Van Gennep
, ISBN 9789025312275 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Filosofie in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 45 %
- Prevalentie Vlaanderen 42 %