zeepbakje
Uiterlijk
- zeep·bak·je
| [1] | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | - | - |
| verkleinwoord | zeepbakje | zeepbakjes |
het zeepbakje o
- alleen verkleinwoord aan de bovenkant open doosje bij een wasgelegenheid, bestemd voor een stukje zeep
- In het zeepbakje zaten twee soorten zeep.
- verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord zeepbak
- [1] zeephouder
- Het woord zeepbakje staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "zeepbakje" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[1] |
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Achtervoegsel -je in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Betekenis alleen als verkleinwoord in het Nederlands
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %