Naar inhoud springen

zuiver

Uit WikiWoordenboek
  • zui·ver
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen zuiverzuiverderzuiverst
verbogen zuiverezuiverderezuiverste
partitief zuiverszuiverders-

zuiver

  1. onbezoedeld, zonder verontreiniging
    • Dit is het zuiverste water dat de natuur ons te bieden heeft. 
     Hij kon weigeren zieke kalveren te slachten, hij kon corrupte keurmeesters melden bij de inspectie, hij kon zijn mes extra grondig slijpen voor een zo zuiver mogelijke snede, maar op de baktijd van een tournedos of de hoeveelheid ham die een huisvrouw bij de asperges legde had hij geen enkele invloed, en daarom maakte hij er geen gedachte aan vuil.[2]
  2. met uitsluiting van al het andere
     Met name Hannah kijkt zichtbaar opgelucht omdat we niet meer zuiver op Bibi's wichelroedegevoel hoeven te varen.[3]
  3. (muziek) precies de juiste toonhoogte
    • Het was een zuiver instrument. 
  • [1]: dat is geen zuivere koffie
vervoeging van
zuiveren

zuiver

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zuiveren
    • Ik zuiver. 
  2. gebiedende wijs van zuiveren
    • Zuiver! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zuiveren
    • Zuiver je? 
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[4]