One's yn Su

De belevenissen van een Surinaamse Amsterdamse in Paramaribo

Mi ben frigiti…

Ik ben alweer net zo lang in Nederland als ik in Suriname was. Daardoor was ik bijna vergeten dat in Suriname:

- muggen net dat ene plekje op je lijf weten te vinden waar je geen anti-muggenspul op hebt gesprayed;
- de winkeliers van veel supermarkten je niet groeten ook al groet jij ze wel;
- er gestoord veel zielige straathonden zijn (ik heb er een gezien die letterlijk een gat in z'n lichaam had);
- ik veel meer kip at dan ik eigenlijk zou willen. 

Maar, door die tijd in Nederland ik was ook bijna vergeten:
- hoe vaak je in Suriname een regenboog ziet;
- 
hoe lekker een pompelmoes of rambutan smaakt;
- hoe fijn het is om door de regen te kunnen lopen zonder het koud te hebben
- hoe prachtig de Surinaamse natuur kan zijn

Wat ik absoluut wel heb onthouden, is hoeveel leuke mensen ik daar heb ontmoet. Ik zal zeker niet vergeten dat, hoe lang het ook geleden is, of hoe weinig je iemand ook ziet of spreekt, het welkom in Suriname ALTIJD warm is. Ook al was het maar voor drie weken, ik was weer even thuis.

Gran tangi!

Heb er twee weken op moeten ‘wachten’, maar gisteren was 'ie daar dan eindelijk: de eerste versierpoging van een onbekende Surinaamse man. “hallo k hp nt dt u t erg vind ma wil in contact mt u blyvn mag dat is die taxi chef vn daarnet.”

Uiteraard vriendelijk bedankt (en het welbekende "ik heb een vriend" terug gesmst).

Toen volgde sms nummer 2: “Ma drom vrg k t als je dat zg respekteer t wel. Mag k je dn als n gewoon kennise of taxi chef zn vr deze korte vakantie vn je." 

Omdat ik niet snel genoeg reageerde, volgde sms nummer 3: "Graag n reaktie vn je al s t morge slp lekker n denk erovr.”

Na mijn korte maar krachtige “Geen interesse. Fijne ochtend” viel dan toch eindelijk het kwartje. 

Zoooooo zonde van mijn beltegoed dit…

—

In mijn laatste weken in Suriname heb ik zes radio-portretten van jonge Surinamers gemaakt. Wat zijn hun dromen, hoe denken ze over liefde en relaties en hoe zien ze de toekomst van hun land? Vijf van de zes portretten zijn te beluisteren via de website van Radio Nederland Wereldomroep, maar omdat de Caribische redactie is opgehouden te bestaan, is het laatste portret van Tafara Dakriet helaas niet doorgeplaatst op hun website. Wil je toch horen hoe deze jonge Surinaamse haar mediacarrière combineert met een studie landinformatiemanagement en planning? Beluister dan hier het interview dat ik met haar had.

Ja, ja, ook in Su worden ze gespot! (X-Files-muziekje er zelf bij bedenken)

Ja, ja, ook in Su worden ze gespot! (X-Files-muziekje er zelf bij bedenken)

Surinaams ‘sprookje’ (dl 2)

Ik stam af van een rozijntje. Niet van de gedroogde vrucht rozijntje, maar van mevrouw Rozijntje Pocorni. Op 29 november 1904 trouwde ze met Jan Pengel, met wie ze acht kinderen kreeg (al geboren voor het huwelijk). Een daarvan is mijn overgrootvader Cornelis Pengel. Die kreeg met Adolphina Jacqueline Romet maar liefst dertien kinderen, van wie mijn oma het laatstgeboren meisje is.

Keep reading

Surinaams sprookje (dl 1)

Er was eens … een meneer Bolwerk die trouwde met mevrouw Olieberg.

imageimage

Ze woonden aan de Gravenstraat in Paramaribo.  Ze kregen onder andere een dochter die ze Gertrude Margaretha Bolwerk noemden (roepnaam Meta).

Keep reading

Heimelijk genoegen

Er is sinds ik in Suriname woon, een nieuwe wereld voor me opengegaan, namelijk die van Indiase soaps. Het principe is hetzelfde als bij westerse soaps; veel intriges, langgerekte camerabeelden en hier en daar een asburde verhaallijn.

Toch is ook het een en ander anders in de soaps van ZEE TV.

Keep reading

Acceptatie

De afgelopen paar dagen hebben in het teken gestaan van maar één ding: ACCEPTATIE. Natuurlijk heeft dat alles te maken met ons naderend vertrek (Annegriet 3 juli, Lavern en ik 4 juli), maar het lijkt alsof het universum ons die les continu wil meegeven.

Keep reading

Desinteresse

“En meneer Van den Tweel, kent u al een aardig woordje Surinaams?”, vraagt interviewer Clifton Braam op televisie aan Gerard van den Tweel, honorair consul van Suriname. Van den Tweel: “Euh … Conta bai.” PARDON??????

Ik wilde bijna opzoeken waar die idioot verblijft, zodat ik hem met het wortubuku Sranantongo om zijn oren kon slaan. Wat een f***in minachting voor het land waar je honorair consul van bent!

Tomeeto, tomaato

Sinds ik in Suriname ben, is eindelijk het kwartje gevallen. Door de jaren heen heb ik eigenlijk nooit zo goed begrepen waarom mijn naam door mijn ouders wordt uitgesproken zoals ze dat doen. Toch stel ik mezelf meestal voor als Wonsie (want zo noemen mijn ouders me nou eenmaal) en soms als Wansie (zoals het logischerwijs zou klinken). Ik leg er dan bij uit dat je het begin moet uitspreken als het woord ‘één’ op z’n Engels. Dat resulteert in Nederland vaak in een ‘Oh, Wansie!’. In Suriname is het eigenlijk altijd ‘Oh, Wonsie!’, al heb ik mezelf voorgesteld als Wansie.

Surinamers spreken het Engelse woord voor één namelijk uit als iets dat het midden houdt tussen de klanken ‘won’, ‘wohn’ en ‘whon’. Aangezien mijn ouders hiervandaan komen, is het niet vreemd dat zij me Wonsie hebben genoemd. Dat kan ik voortaan dus gewoon uitleggen aan mensen. En ik vind het een fijn idee dat het me stiekem misschien nog wel een stukje Surinaamser maakt dan ik al ben. :D