Seine Schelde in Vlaanderen is een grootscheeps binnenvaartproject van De Vlaamse Waterweg nv, dat steun geniet van de Europese Unie. Het project wil van de binnenvaart een volwaardig alternatief maken voor goederenvervoer op de weg. Minder verkeersdrukte, meer veiligheid en een schoner milieu zijn het resultaat.
Wat is Seine Schelde in Vlaanderen?
De Europese waterwegen moeten verder uitgebouwd worden om schepen met een groter laadvermogen een vlotte doorgang te verlenen tussen Seine en Schelde. Een groot deel van die opdracht is weggelegd voor Vlaanderen, dat de missing link in het hart van het Europese waternetwerk mag realiseren. De Leie en de Boven-Schelde vervolledigen immers de verbinding richting Frankrijk en WalloniÃŦ.
Tegelijk moeten bedrijven de mogelijkheid krijgen om hun ambities in Vlaanderen te verwezenlijken. Dat kan alleen met een performant netwerk van waterwegen, dat ook grotere schepen toelaat. Zo wordt Vlaanderen een sterkere economische speler en creÃŦren we kansen voor de werkgelegenheid.
Seine Schelde in Vlaanderen is echter meer dan investeren in betere infrastructuur voor container- en duwvaartschepen. Het leven op en langs de waterweg stimuleren, duurzame oplossingen en een aangename omgeving, daarvoor maken we ons sterk. Kortom iedereen vaart mee!
Projectkaart Seine Schelde
Totaalproject
Een moderne, aangepaste verbinding tussen de Seine en de Schelde zorgt ervoor dat binnenvaartschepen met een laadvermogen tot 4.500 ton en drie lagen containers vlot kunnen passeren. Elk schip haalt 220 vrachtwagens uit de file.
Grotere schepen vragen natuurlijk om aangepaste infrastructuur. Daarom verhogen we bruggen zodat schepen met containers (tot drie lagen hoog gestapeld) er veilig onderdoor kunnen passeren. Ook de sluizen maken we groter, want deze schepen zijn tot wel 190 meter lang en 11,4 meter breed. Omdat ze meer lading kunnen vervoeren, liggen ze ook dieper in het water en verruimen we de vaarweg.
Verder is het van belang dat deze schepen veilig kunnen varen en elkaar vlot kunnen kruisen. Daarom worden op bepaalde plaatsen passeerstroken voorzien en worden de bochten flauwer gemaakt en verbreed. Om schepen te laten keren of zwaaien, zorgen we ook voor zwaaikommen die geschikt zijn voor grote schepen. Tot slot verhogen we de overslagcapaciteit door bestaande overslagplatformen te renoveren en uit te breiden.
Omdat we als waterwegbeheerder ook het leven op en langs het water belangrijk vinden, investeren we eveneens in rivierherstel. Onze rivieren waren eeuwenlang zowel de slagaders van de lokale economie als van de natuur. In het begin van de vorige eeuw kantelde die balans in het voordeel van de economische vooruitgang. Om rivieren geschikt te maken voor de binnenvaart ging veel van de natuurlijke ruggengraat verloren. Vandaag zetten we niet enkel in op meer infrastructuur voor de binnenvaart, maar willen we ook de natuur herstellen: natuurvriendelijke, duurzame oplossingen en een aangename leefomgeving, daarvoor zetten we ons in.
We willen de natuur meer kansen geven door onze waterwegen op natuurvriendelijke wijze te herstellen of aan te passen. Oude meanders worden waar mogelijk opnieuw verbonden en eventueel verdiept, zodat het oorspronkelijke karakter van de rivier gedeeltelijk hersteld wordt. Daarnaast verplaatsen vissen zich voortdurend in een waterloop op zoek naar voedsel, voortplantingsplaatsen, overwinteringsgebieden of nieuwe leefgebieden. Stuwen zorgen voor barriÃĻres waar vissen niet zomaar voorbij kunnen zwemmen. Op bepaalde plaatsen bouwen we dan ook vispassages, zodat vissen vlot kunnen verder zwemmen; zowel in de Leie als in de verbinding met de Schelde en met haar zijwaterlopen. Voor de dieren die regelmatig op onze waterwegen vertoeven, voorzien we fauna-uitstapplaatsen, zodat zij zich van de ene oever naar de andere kunnen verplaatsen en gemakkelijk uit het water kunnen raken. Ook de oevers zelf worden aangepast. Veel oevers zijn namelijk beschadigd door de jaren heen en worden hersteld op een natuurvriendelijke manier. Zo geven we nog meer kansen aan de typische fauna- en flora.
Verder zetten we op en langs de Leie ook in op het creÃŦren van een ecologisch netwerk van natte natuur. Deze natuur kan verschillende vormen aannemen: vochtig hooiland, moeras, plas- en draszones, vernatte weilanden ... De Vlaamse regering besliste eind jaren 2000 (2006 en 2010) tot de inrichting van een ecologisch netwerk van natte natuur dat in totaal 500 ha groot zal worden. Deze natuur wordt ingericht in vijftien daarvoor afgebakende deelgebieden; laaggelegen natte gebieden langs de Leie die daar het best voor zijn geschikt.
Voor nieuwe natuur is echter ruimte nodig. De benodigde gronden bevinden zich in landbouwgebruik en worden door de overheid (ANB en VLM) aangekocht. De overheid houdt daarbij rekening met de verschillende getroffen boeren en bestudeert hoe het project kan worden uitgevoerd met een zo klein mogelijke impact op de landbouwsector. Boeren die hun grond verkopen worden daarin door de overheid begeleid en worden op een marktconforme manier vergoed, of krijgen ruilgrond aangeboden.
Het verwerven van de gronden gaat trager dan verhoopt en zorgt ervoor dat de realisatie van de 500 ha natuur langer zal duren dan oorspronkelijk voorzien. Op 24 september 2021 heeft de Vlaamse regering daarom de projectdoelstellingen herbevestigd in een nieuwe beslissing. De regering heeft onder meer een nieuwe timing vastgelegd waarbinnen het project gerealiseerd moet zijn: 100 ha ingerichte natuur in 2024, 300 ha in 2027 en de volle 500 ha in 2031.
Ook heeft ze een aantal bijkomende maatregelen genomen die de uitvoer van het project moeten vergemakkelijken:
- De studies naar de impact op de landbouwsector krijgen een update en uitbreiding.
- Het flankerend beleid naar de landbouwsector toe wordt versterkt met extra financiÃŦle vergoedingen.
- De gouverneurs van Oost- en West-Vlaanderen zijn er sinds eind 2021 verantwoordelijk voor een groter lokaal draagvlak voor het project te zoeken. Dit om het vertrouwen tussen de overheid en de landbouwsector te verbeteren en het grondverwervingsproces te versnellen.
- Er is de mogelijkheid tot zelfrealisatie. Hierbij voert een eigenaar zelf de maatregelen uit om te komen tot natte terrestrische natuur.
- Indien deze maatregelen niet genoeg opleveren kan er worden overgegaan tot de onteigening van gronden.
Om iedereen te laten meegenieten van de waterwegen en hun omgeving hebben we steeds meer aandacht voor recreatie op en langs het water. De waterwegen en de jaagpaden bieden immers niet enkel een uitstekend alternatief voor het wegtransport, je kan er ook tot rust komen of actief bezig zijn. Naast een dienstweg, is het jaagpad er namelijk voor iedereen. Hengelen, paardrijden, geocachen, skeeleren, enz. behoren tot de vele mogelijkheden. Waar mogelijk vervolledigen en renoveren we deze jaagpaden. Voor het voet- en fietsverkeer voorzien we op sommige plaatsen bruggen. Om deze aanpassingen te realiseren zitten we samen met gemeente- en stadsbesturen, de provincies en lokale belanghebbenden.
Voor wie liever vertoeft op onze waterwegen, hebben we met Seine Schelde Vlaanderen ook heel wat in petto. Zo bouwen we aanlegsteigers waar je kan aanmeren met je boot of kano. Ook hulpdiensten kunnen gebruikmaken van deze steigers. Daarnaast beschermen we de aangemeerde boten in de jachthavens van het passerende grote scheepvaartverkeer en maken we het mogelijk om op bepaalde plaatsen nieuwe jachthavens te ontwikkelen. Voor de liefhebbers van hengelsport voorzien we op sommige plaatsen hengelplaatsen. Omgevingsaanleg maakt het plaatje compleet: op plaatsen waar heel wat infrastructurele werken gebeuren voor de binnenvaart, doen we ook meteen andere aanpassingen. Zo verfraaien we de nabije omgeving en krijgt die een duwtje in de rug om zich verder te ontwikkelen.
Heel wat waterwegen doorkruisen het centrum van een stad. Dat is geen toeval, want eeuwen geleden al was het water uiterst geschikt om handel te drijven met alle hoeken van het land en Europa. Door die interessante verbindingen via het water zijn veel steden en gemeenten ontstaan.
Door de jaren heen hebben veel steden en gemeenten zich echter afgekeerd van het water en was de weg koning. Vandaag herontdekken veel steden en gemeenten de voordelen en mogelijkheden van het water en krijgen de rivieren weer een centrale rol in het centrum. Van deze gelegenheid maken we gebruik om vaak ook de omgeving van het water in een nieuw jasje te steken. Daarvoor werken we samen met het stads- of gemeentebestuur om aan stadsvernieuwing te doen.
Bij de aanleg van de nieuwe omgeving houden rekening met tal van factoren zoals de historische context van de stad of gemeente en erfgoed, maar ook de gewenste invulling van open en publieke ruimte.
Met stadsvernieuwing brengen we het water weer dichterbij de mensen en maken we er een heuse belevingsplek van. Zo kan het stadsleven verder tot bloei komen.
Totaalproject
Een moderne, aangepaste verbinding tussen de Seine en de Schelde zorgt ervoor dat binnenvaartschepen met een laadvermogen tot 4.500 ton en drie lagen containers vlot kunnen passeren. Elk schip haalt 220 vrachtwagens uit de file.
Grotere schepen vragen natuurlijk om aangepaste infrastructuur. Daarom verhogen we bruggen zodat schepen met containers (tot drie lagen hoog gestapeld) er veilig onderdoor kunnen passeren. Ook de sluizen maken we groter, want deze schepen zijn tot wel 190 meter lang en 11,4 meter breed. Omdat ze meer lading kunnen vervoeren, liggen ze ook dieper in het water en verruimen we de vaarweg.
Verder is het van belang dat deze schepen veilig kunnen varen en elkaar vlot kunnen kruisen. Daarom worden op bepaalde plaatsen passeerstroken voorzien en worden de bochten flauwer gemaakt en verbreed. Om schepen te laten keren of zwaaien, zorgen we ook voor zwaaikommen die geschikt zijn voor grote schepen. Tot slot verhogen we de overslagcapaciteit door bestaande overslagplatformen te renoveren en uit te breiden.
Omdat we als waterwegbeheerder ook het leven op en langs het water belangrijk vinden, investeren we eveneens in rivierherstel. Onze rivieren waren eeuwenlang zowel de slagaders van de lokale economie als van de natuur. In het begin van de vorige eeuw kantelde die balans in het voordeel van de economische vooruitgang. Om rivieren geschikt te maken voor de binnenvaart ging veel van de natuurlijke ruggengraat verloren. Vandaag zetten we niet enkel in op meer infrastructuur voor de binnenvaart, maar willen we ook de natuur herstellen: natuurvriendelijke, duurzame oplossingen en een aangename leefomgeving, daarvoor zetten we ons in.
We willen de natuur meer kansen geven door onze waterwegen op natuurvriendelijke wijze te herstellen of aan te passen. Oude meanders worden waar mogelijk opnieuw verbonden en eventueel verdiept, zodat het oorspronkelijke karakter van de rivier gedeeltelijk hersteld wordt. Daarnaast verplaatsen vissen zich voortdurend in een waterloop op zoek naar voedsel, voortplantingsplaatsen, overwinteringsgebieden of nieuwe leefgebieden. Stuwen zorgen voor barriÃĻres waar vissen niet zomaar voorbij kunnen zwemmen. Op bepaalde plaatsen bouwen we dan ook vispassages, zodat vissen vlot kunnen verder zwemmen; zowel in de Leie als in de verbinding met de Schelde en met haar zijwaterlopen. Voor de dieren die regelmatig op onze waterwegen vertoeven, voorzien we fauna-uitstapplaatsen, zodat zij zich van de ene oever naar de andere kunnen verplaatsen en gemakkelijk uit het water kunnen raken. Ook de oevers zelf worden aangepast. Veel oevers zijn namelijk beschadigd door de jaren heen en worden hersteld op een natuurvriendelijke manier. Zo geven we nog meer kansen aan de typische fauna- en flora.
Verder zetten we op en langs de Leie ook in op het creÃŦren van een ecologisch netwerk van natte natuur. Deze natuur kan verschillende vormen aannemen: vochtig hooiland, moeras, plas- en draszones, vernatte weilanden ... De Vlaamse regering besliste eind jaren 2000 (2006 en 2010) tot de inrichting van een ecologisch netwerk van natte natuur dat in totaal 500 ha groot zal worden. Deze natuur wordt ingericht in vijftien daarvoor afgebakende deelgebieden; laaggelegen natte gebieden langs de Leie die daar het best voor zijn geschikt.
Voor nieuwe natuur is echter ruimte nodig. De benodigde gronden bevinden zich in landbouwgebruik en worden door de overheid (ANB en VLM) aangekocht. De overheid houdt daarbij rekening met de verschillende getroffen boeren en bestudeert hoe het project kan worden uitgevoerd met een zo klein mogelijke impact op de landbouwsector. Boeren die hun grond verkopen worden daarin door de overheid begeleid en worden op een marktconforme manier vergoed, of krijgen ruilgrond aangeboden.
Het verwerven van de gronden gaat trager dan verhoopt en zorgt ervoor dat de realisatie van de 500 ha natuur langer zal duren dan oorspronkelijk voorzien. Op 24 september 2021 heeft de Vlaamse regering daarom de projectdoelstellingen herbevestigd in een nieuwe beslissing. De regering heeft onder meer een nieuwe timing vastgelegd waarbinnen het project gerealiseerd moet zijn: 100 ha ingerichte natuur in 2024, 300 ha in 2027 en de volle 500 ha in 2031.
Ook heeft ze een aantal bijkomende maatregelen genomen die de uitvoer van het project moeten vergemakkelijken:
- De studies naar de impact op de landbouwsector krijgen een update en uitbreiding.
- Het flankerend beleid naar de landbouwsector toe wordt versterkt met extra financiÃŦle vergoedingen.
- De gouverneurs van Oost- en West-Vlaanderen zijn er sinds eind 2021 verantwoordelijk voor een groter lokaal draagvlak voor het project te zoeken. Dit om het vertrouwen tussen de overheid en de landbouwsector te verbeteren en het grondverwervingsproces te versnellen.
- Er is de mogelijkheid tot zelfrealisatie. Hierbij voert een eigenaar zelf de maatregelen uit om te komen tot natte terrestrische natuur.
- Indien deze maatregelen niet genoeg opleveren kan er worden overgegaan tot de onteigening van gronden.
Om iedereen te laten meegenieten van de waterwegen en hun omgeving hebben we steeds meer aandacht voor recreatie op en langs het water. De waterwegen en de jaagpaden bieden immers niet enkel een uitstekend alternatief voor het wegtransport, je kan er ook tot rust komen of actief bezig zijn. Naast een dienstweg, is het jaagpad er namelijk voor iedereen. Hengelen, paardrijden, geocachen, skeeleren, enz. behoren tot de vele mogelijkheden. Waar mogelijk vervolledigen en renoveren we deze jaagpaden. Voor het voet- en fietsverkeer voorzien we op sommige plaatsen bruggen. Om deze aanpassingen te realiseren zitten we samen met gemeente- en stadsbesturen, de provincies en lokale belanghebbenden.
Voor wie liever vertoeft op onze waterwegen, hebben we met Seine Schelde Vlaanderen ook heel wat in petto. Zo bouwen we aanlegsteigers waar je kan aanmeren met je boot of kano. Ook hulpdiensten kunnen gebruikmaken van deze steigers. Daarnaast beschermen we de aangemeerde boten in de jachthavens van het passerende grote scheepvaartverkeer en maken we het mogelijk om op bepaalde plaatsen nieuwe jachthavens te ontwikkelen. Voor de liefhebbers van hengelsport voorzien we op sommige plaatsen hengelplaatsen. Omgevingsaanleg maakt het plaatje compleet: op plaatsen waar heel wat infrastructurele werken gebeuren voor de binnenvaart, doen we ook meteen andere aanpassingen. Zo verfraaien we de nabije omgeving en krijgt die een duwtje in de rug om zich verder te ontwikkelen.
Heel wat waterwegen doorkruisen het centrum van een stad. Dat is geen toeval, want eeuwen geleden al was het water uiterst geschikt om handel te drijven met alle hoeken van het land en Europa. Door die interessante verbindingen via het water zijn veel steden en gemeenten ontstaan.
Door de jaren heen hebben veel steden en gemeenten zich echter afgekeerd van het water en was de weg koning. Vandaag herontdekken veel steden en gemeenten de voordelen en mogelijkheden van het water en krijgen de rivieren weer een centrale rol in het centrum. Van deze gelegenheid maken we gebruik om vaak ook de omgeving van het water in een nieuw jasje te steken. Daarvoor werken we samen met het stads- of gemeentebestuur om aan stadsvernieuwing te doen.
Bij de aanleg van de nieuwe omgeving houden rekening met tal van factoren zoals de historische context van de stad of gemeente en erfgoed, maar ook de gewenste invulling van open en publieke ruimte.
Met stadsvernieuwing brengen we het water weer dichterbij de mensen en maken we er een heuse belevingsplek van. Zo kan het stadsleven verder tot bloei komen.
Met steun van de Europese Unie
De Europese Unie wil een evenwichtige organisatie van het goederenvervoer via de weg, het water, het spoor en de lucht. Daarvoor ontwikkelde ze het subsidieprogramma TEN-T, dat staat voor âTrans-Europees Netwerk voor Transportâ. Ook Seine Schelde maakt hier deel van uit.
Samen met de Europese Unie zetten Vlaanderen, WalloniÃŦ en Frankrijk hun schouders onder dit grensoverschrijdend binnenvaartproject. De vier overheden werken dan ook constructief samen. Om dit te coÃķrdineren, is er de Intergouvernementele commissie en het Europees economisch samenwerkingsverband - kortweg IGC en EESV. De IGC stippelt de beleidsdoelstellingen uit en het EESV gaat hiermee aan de slag om tot concrete projectdoelstellingen te komen. Meer info
Er moet ook gewaakt worden over het goede verloop van het project. Daarom kijkt het European Climate, Infrastructure and Environment Executive Agency - ook bekend als CINEA - toe op de technische en financiÃŦle vooruitgang.
Seine Schelde in Europa
Niet enkel in Vlaanderen bouwen we aan een sterkere toekomst voor de binnenvaart. Ook in WalloniÃŦ en Frankrijk wordt er hard aan gewerkt. Met de steun van de Europese Unie maakt dat van Seine Schelde het grootste infrastructuurproject voor binnenvaart in Europa.
Samen werken we aan een multimodaal transportsysteem. Daarmee willen we het vervoer op de weg deels vervangen door transport via het spoor en het water. Heel wat bedrijven zijn immers vlot bereikbaar via de waterweg. Dankzij regionale overslagcentra kunnen goederen vanaf het schip overgeladen worden naar andere transportmodi. De goederen legen dan het laatste stukje landinwaarts af per vrachtwagen of per trein.
Het gebruiken van verschillende vervoersmogelijkheden, noemen we ook wel de 'modal shift'. Die moet ervoor zorgen dat meer goederen op een duurzame en economisch verantwoorde manier vervoerd worden. Zo bieden we een oplossing voor de groeiende files op onze wegen en beperken we de gevolgen van het wegverkeer op onze economie en leefomgeving.
Goederentransport via het water kent een rijke geschiedenis in Europa. Lang voordat vrachtwagens, vliegtuigen of treinen werden gebruikt, had je de binnenvaart al. Om goederen over een langere afstand te vervoeren, was het water de ideale bondgenoot. Veel steden vestigden zich aan een waterweg om handel te drijven.
Het Seine- en het Scheldebekken vormen vanaf de Noordzee en het Kanaal de toegangspoort tot het Europese waterwegennetwerk. Deze twee regioâs zijn sterk dooraderd met rivieren en kanalen, waardoor de havens jaar na jaar knappe cijfers noteren. Denk maar aan de havens van Antwerpen, Rotterdam, Gent, Terneuzen, Vlissingen, Zeebrugge, Duinkerke, Calais en Le Havre. Met Seine Schelde kunnen we de aan- en afvoerzone voor de havens beter bereikbaar maken: zo stimuleren we transport via het water nog meer!
Europa telt zoân 40.000 kilometer bevaarbare waterwegen. Met Seine Schelde verbeteren we om en bij de 1.100 kilometer daarvan. De verbinding tussen de Seine en de Schelde is een belangrijke schakel in het waterwegennetwerk, maar moet aangepast worden aan de noden van de moderne binnenvaart. Om het transport op deze verkeersslagaders verder te stimuleren, bouwen we aan betere vaarwegen, het economisch groeipotentieel van de binnenvaart en duurzame oplossingen.
Meer over het grensoverschrijdende project lees je op de website van het Europees Economisch Samenwerkingsverband (EESV) Seine Schelde.
In het transportbeleid van de Europese Unie werden negen multimodale transportcorridors gedefinieerd. Samen vormen ze het TEN-T-netwerk dat zich uitstrekt over heel Europa. Seine Schelde maakt deel uit van de corridor Noorzee - Middellandse Zee, die Ierland en Engeland via het Kanaal verbindt met Zuid-Frankrijk. De verantwoordelijke corridorcoÃķrdinator is Pawel Wojciechowski.
Seine Schelde is een grensoverschrijdend binnenvaartproject. Vlaanderen, WalloniÃŦ, Frankrijk en de Europese Unie werken constructief samen aan een betere verbinding tussen de Seine en de Schelde voor hedendaagse binnenvaartschepen. De Benelux - en bij uitbreiding de Rijndelta - wordt zo verbonden met de regioâs van Le Havre, Rouen en Parijs.
De Vlaamse Waterweg nv
In Vlaanderen begon het allemaal met de Leie, het Afleidingskanaal van de Leie en de Ringvaart om Gent â samen ook wel de âLeie-asâ genoemd â die voor de verbinding tussen de Seine en de Schelde moesten zorgen. Gaandeweg zijn daar aanpalende rivieren en kanalen bijgekomen: het kanaal Gent-Oostende, het kanaal Roeselare-Leie, het kanaal Bossuit-Kortrijk en de Boven-Schelde. Op die manier zorgen we voor een sterk waterwegennetwerk, dat de deur opent naar de Noordzeehavens en de rest van Europa. Binnen het project Seine Schelde Vlaanderen focust de Vlaamse overheid vooral op Oost- en West-Vlaanderen. Maar ook elders in Vlaanderen werkt De Vlaamse Waterweg nv aan een betere toekomst voor de binnenvaart, zoals op het kanaal Brussel-Charleroi, de Dender, de Boven-Zeeschelde, het Albertkanaal en het Netekanaal.
Service Public de Wallonie
WalloniÃŦ is bevoegd voor haar eigen rivieren en kanalen. Mee in het project zitten het Waalse deel van de Boven-Schelde en de Leie, het kanaal CondÃĐ-Pommeroeul, het kanaal du Centre, de Samber en het kanaal Brussel-Charleroi. Voor een vlotte verbinding tussen de Seine en de Schelde werkt de Waalse overheid dus in de streek tussen Bergen en Namen. Meer info
Voies navigables de France
Het zwaartepunt van het project bevindt zich in Frankrijk. Daar wordt een gloednieuw kanaal aangelegd tussen CompiÃĻgne en Cambrai, dat 107 kilometer lang zal zijn: het kanaal Seine-Nord Europe. Ook op het kanaal Duinkerke-Valenciennes, de Deule, het kanaal van de Deule, het Franse gedeelte van de Boven-Schelde en de Leie, het kanaal CondÃĐ-Pommeroeul, de Oise en de Seine gebeuren verbeteringen voor de binnenvaart. De Franse overheid streeft dus naar een betere connectie tussen de Seine en de Schelde in de regio tussen Noord-Frankrijk en Parijs. Meer info
Projectvennootschap Canal Seine-Nord Europe
In opdracht van de Franse waterwegbeheerder werd voor het nieuwe kanaal in Frankrijk een aparte projectvennootschap opgericht. De regio Hauts-De-France neemt een sturende en leidende rol op binnen deze vennootschap. Wanneer het kanaal klaar is, wordt het in beheer gegeven van waterwegbeheerder Voies navigables de France.
Het idee om te investeren in betere binnenvaartinfrastructuur werd midden de jaren â90 voor het eerst op papier gezet. Daarna zijn er verschillende studies uitgevoerd om het project concreet vorm te geven. Hierop volgden verschillende beslismomenten door de regeringen van Vlaanderen, WalloniÃŦ en Frankrijk. Ook lokale besturen werden uitgenodigd aan de gesprekstafel.
Intussen zijn de werken volop bezig. De ambitie is om in 2032 het volledige project in Vlaanderen, WalloniÃŦ en Frankrijk te voltooien, inclusief het kanaal Seine-Nord Europe.
Seine Schelde in Europa
Niet enkel in Vlaanderen bouwen we aan een sterkere toekomst voor de binnenvaart. Ook in WalloniÃŦ en Frankrijk wordt er hard aan gewerkt. Met de steun van de Europese Unie maakt dat van Seine Schelde het grootste infrastructuurproject voor binnenvaart in Europa.
Samen werken we aan een multimodaal transportsysteem. Daarmee willen we het vervoer op de weg deels vervangen door transport via het spoor en het water. Heel wat bedrijven zijn immers vlot bereikbaar via de waterweg. Dankzij regionale overslagcentra kunnen goederen vanaf het schip overgeladen worden naar andere transportmodi. De goederen legen dan het laatste stukje landinwaarts af per vrachtwagen of per trein.
Het gebruiken van verschillende vervoersmogelijkheden, noemen we ook wel de 'modal shift'. Die moet ervoor zorgen dat meer goederen op een duurzame en economisch verantwoorde manier vervoerd worden. Zo bieden we een oplossing voor de groeiende files op onze wegen en beperken we de gevolgen van het wegverkeer op onze economie en leefomgeving.
Goederentransport via het water kent een rijke geschiedenis in Europa. Lang voordat vrachtwagens, vliegtuigen of treinen werden gebruikt, had je de binnenvaart al. Om goederen over een langere afstand te vervoeren, was het water de ideale bondgenoot. Veel steden vestigden zich aan een waterweg om handel te drijven.
Het Seine- en het Scheldebekken vormen vanaf de Noordzee en het Kanaal de toegangspoort tot het Europese waterwegennetwerk. Deze twee regioâs zijn sterk dooraderd met rivieren en kanalen, waardoor de havens jaar na jaar knappe cijfers noteren. Denk maar aan de havens van Antwerpen, Rotterdam, Gent, Terneuzen, Vlissingen, Zeebrugge, Duinkerke, Calais en Le Havre. Met Seine Schelde kunnen we de aan- en afvoerzone voor de havens beter bereikbaar maken: zo stimuleren we transport via het water nog meer!
Europa telt zoân 40.000 kilometer bevaarbare waterwegen. Met Seine Schelde verbeteren we om en bij de 1.100 kilometer daarvan. De verbinding tussen de Seine en de Schelde is een belangrijke schakel in het waterwegennetwerk, maar moet aangepast worden aan de noden van de moderne binnenvaart. Om het transport op deze verkeersslagaders verder te stimuleren, bouwen we aan betere vaarwegen, het economisch groeipotentieel van de binnenvaart en duurzame oplossingen.
Meer over het grensoverschrijdende project lees je op de website van het Europees Economisch Samenwerkingsverband (EESV) Seine Schelde.
In het transportbeleid van de Europese Unie werden negen multimodale transportcorridors gedefinieerd. Samen vormen ze het TEN-T-netwerk dat zich uitstrekt over heel Europa. Seine Schelde maakt deel uit van de corridor Noorzee - Middellandse Zee, die Ierland en Engeland via het Kanaal verbindt met Zuid-Frankrijk. De verantwoordelijke corridorcoÃķrdinator is Pawel Wojciechowski.
Seine Schelde is een grensoverschrijdend binnenvaartproject. Vlaanderen, WalloniÃŦ, Frankrijk en de Europese Unie werken constructief samen aan een betere verbinding tussen de Seine en de Schelde voor hedendaagse binnenvaartschepen. De Benelux - en bij uitbreiding de Rijndelta - wordt zo verbonden met de regioâs van Le Havre, Rouen en Parijs.
De Vlaamse Waterweg nv
In Vlaanderen begon het allemaal met de Leie, het Afleidingskanaal van de Leie en de Ringvaart om Gent â samen ook wel de âLeie-asâ genoemd â die voor de verbinding tussen de Seine en de Schelde moesten zorgen. Gaandeweg zijn daar aanpalende rivieren en kanalen bijgekomen: het kanaal Gent-Oostende, het kanaal Roeselare-Leie, het kanaal Bossuit-Kortrijk en de Boven-Schelde. Op die manier zorgen we voor een sterk waterwegennetwerk, dat de deur opent naar de Noordzeehavens en de rest van Europa. Binnen het project Seine Schelde Vlaanderen focust de Vlaamse overheid vooral op Oost- en West-Vlaanderen. Maar ook elders in Vlaanderen werkt De Vlaamse Waterweg nv aan een betere toekomst voor de binnenvaart, zoals op het kanaal Brussel-Charleroi, de Dender, de Boven-Zeeschelde, het Albertkanaal en het Netekanaal.
Service Public de Wallonie
WalloniÃŦ is bevoegd voor haar eigen rivieren en kanalen. Mee in het project zitten het Waalse deel van de Boven-Schelde en de Leie, het kanaal CondÃĐ-Pommeroeul, het kanaal du Centre, de Samber en het kanaal Brussel-Charleroi. Voor een vlotte verbinding tussen de Seine en de Schelde werkt de Waalse overheid dus in de streek tussen Bergen en Namen. Meer info
Voies navigables de France
Het zwaartepunt van het project bevindt zich in Frankrijk. Daar wordt een gloednieuw kanaal aangelegd tussen CompiÃĻgne en Cambrai, dat 107 kilometer lang zal zijn: het kanaal Seine-Nord Europe. Ook op het kanaal Duinkerke-Valenciennes, de Deule, het kanaal van de Deule, het Franse gedeelte van de Boven-Schelde en de Leie, het kanaal CondÃĐ-Pommeroeul, de Oise en de Seine gebeuren verbeteringen voor de binnenvaart. De Franse overheid streeft dus naar een betere connectie tussen de Seine en de Schelde in de regio tussen Noord-Frankrijk en Parijs. Meer info
Projectvennootschap Canal Seine-Nord Europe
In opdracht van de Franse waterwegbeheerder werd voor het nieuwe kanaal in Frankrijk een aparte projectvennootschap opgericht. De regio Hauts-De-France neemt een sturende en leidende rol op binnen deze vennootschap. Wanneer het kanaal klaar is, wordt het in beheer gegeven van waterwegbeheerder Voies navigables de France.
Het idee om te investeren in betere binnenvaartinfrastructuur werd midden de jaren â90 voor het eerst op papier gezet. Daarna zijn er verschillende studies uitgevoerd om het project concreet vorm te geven. Hierop volgden verschillende beslismomenten door de regeringen van Vlaanderen, WalloniÃŦ en Frankrijk. Ook lokale besturen werden uitgenodigd aan de gesprekstafel.
Intussen zijn de werken volop bezig. De ambitie is om in 2032 het volledige project in Vlaanderen, WalloniÃŦ en Frankrijk te voltooien, inclusief het kanaal Seine-Nord Europe.
Economisch Netwerk Seine Schelde (eNES)
eNES is een gebiedsgericht netwerk van publieke en private partijen. Het netwerk wil watergebonden, ruimtelijke, innovatieve en economische ontwikkelingen optimaliseren en ondersteunen met als doel het gebruik van de waterwegen binnen het werkingsgebied van Seine Schelde Vlaanderen te stimuleren.