Naar inhoud springen

De sprietatoom

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
De sprietatoom
Stripreeks Suske en Wiske
Volgnummer 3 (VK 107)
Scenario Willy Vandersteen
Tekeningen Willy Vandersteen
Eerste druk 1948
Uitgever Standaard Uitgeverij
Lijst van verhalen van Suske en Wiske
Portaal  Portaalicoon   Strip

De sprietatoom is het derde stripverhaal uit de reeks van Suske en Wiske, geschreven en getekend door Willy Vandersteen. Het werd gepubliceerd in De Nieuwe Standaard van 15 mei 1946 tot en met 27 september 1946. Het verhaal is met name bekend omdat dit het allereerste in de serie was met een rol voor Lambik, die sindsdien een van de vaste hoofdpersonages is geworden en altijd gebleven.

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud of de afloop van het verhaal.
Lambik die zich ophoudt in de regenton, stripstandbeelden Middelkerke

Suske en Wiske gaan er na hun avontuur op Amoras met de rugzak op uit om te kamperen in de Kempen. Wanneer ze 's nachts worden overvallen door noodweer kloppen ze bij een boer aan, waar ze in de stal mogen slapen. Ze treffen er een piepklein mannetje aan, dat voortdurend "Savantas" schreeuwt en ervandoor gaat. Suske en Wiske volgen het mannetje tot in een donkere molen, waar ze zien dat het mannetje door een hand van een onbekende persoon wordt beetgepakt. Verderop in de molen komen ze grote ladingen spriet tegen. Omdat ze niets nieuws ontdekken, besluiten ze om terug te gaan naar de hoeve. Daar vinden ze hun rugzakken buiten de deur, de boer doet niet meer open. Ze besluiten naar huis terug te keren.

Tante Sidonia heeft een verrassing voor de twee kinderen: een klein autootje genaamd Vitamitje, dat rijdt op etenswaren. Het is een geschenk van professor Barabas, omdat ze hem het leven hebben gered op Amoras. Suske en Wiske rijden met Vitamitje naar het landgoed van de professor, waar ze hem bevrijden uit zijn eigen wolfsklem. De professor legt uit waarom hij zijn landgoed heeft beveiligd: hij heeft een uitvinding gedaan waarvan de gevolgen niet te overzien zijn als die in verkeerde handen valt. Het is hem gelukt om spriet te splitsen en weer samen te voegen, waardoor er zeer veel energie vrijkomt. Deze gloeiende sprietatomen kunnen mensen, dieren en voorwerpen tot wel honderdmaal verkleinen, al naargelang de duur van de bestraling. De geheime formule is echter gestolen door Savantas, de ex-assistent van de professor. Suske en Wiske herkennen de naam en ze beseffen nu wat het lot is geweest van het verkleinde mannetje dat ze eerder zagen. Ze beloven de professor dat ze de formule zullen terughalen.

Suske en Wiske keren met Vitamitje terug naar de molen. Onderweg komen ze een zonderlinge man tegen, die zich om een of andere reden verschuilt in een holle boomstam. In de molen worden ze overmeesterd door Savantas, die hen aan het molenrad vastbindt. Savantas vertelt dat hij de formule gegraveerd heeft aan de binnenkant van een sigarettenkoker. Hij wil heel België verkleinen en zo zelf de baas over het land worden. Savantas steekt de molen in brand en gaat ervandoor. Het vuur brandt de touwen waarmee ze vastgebonden zijn door, zodat ze ternauwernood aan de dood ontkomen. Ze gaan Savantas achterna met Vitamitje. Er volgt een tweede ontmoeting met dezelfde man die ze eerder in de boomstam zagen, en die zich deze keer in een regenton schuilhoudt. De man maakt zich nu bekend als de loodgieter en tegelijk geheime detective Lambik. Hij blijkt door professor Barabas te zijn ingehuurd om Savantas te vinden, maar erg goed gaat hem dit tot nu toe niet af.

Suske, Wiske en Lambik keren terug naar de professor, waar ze hun hoofdkwartier inrichten. Van daaruit gaan ze met Vitamitje op zoek naar Savantas. Achtereenvolgens komen ze in Antwerpen, Mechelen, Brussel en Volendam. Vitamitje is voorzien van een radio-installatie waarmee ze in contact blijven met professor Barabas en tante Sidonia. De professor heeft een nieuwe uitvinding gedaan: een raket, waarmee hij materiaal kan verzenden. Lambik wordt na een misverstand weer terug naar huis gezonden. Suske en Wiske gaan verder, ditmaal naar Gent. Savantas houdt zich schuil in het Gravenkasteel en verkleint met het sprietatoomtoestel iedereen die naderbij komt.

Suske en Wiske laten per raket een touwladder komen. Per ongeluk belandt ook Lambik op de raket en landt op het Gravenkasteel, waar hij door Savantas wordt verkleind en in een glazen pot gestopt. Suske en Wiske laten zich van een afstand ook verkleinen, waarna ze het kasteel binnenkomen door de slotgracht over te steken per klomp en via een gaatje in de muur naar binnen te dringen. Ze ontsnappen ternauwernood aan een hongerige spin op de rug van een vlieg. Wanneer ze weer groot worden, kunnen ze Lambik bevrijden. Savantas weet weer te ontkomen.

Een nieuwe achtervolging brengt de vrienden eerst naar de sprietvelden van Moll in de Kempen, die ze willen opkopen. Alle spriet is echter al door Savantas opgekocht en naar de Grotten van Han verstuurd. Savantas is van plan om heel België in verkleinde vorm onder te brengen in deze grotten. Professor Barabas stuurt de vrienden een nieuwe uitvinding, het stopstraalkanon, waarmee personen en voorwerpen voor de duur van 10 minuten geheel onbeweeglijk worden gemaakt. Savantas wordt met deze uitvinding tijdelijk tegengehouden maar vlucht dan opnieuw, ditmaal naar de ruïnes van de abdij van Villers-la-Ville. Suske, Wiske en Lambik weten zelf het sprietatoomtoestel te bemachtigen. Ze verkleinen Savantas, die vervolgens door een roodborstje wordt opgegeten terwijl hij weer probeert te vluchten. Het vogeltje wordt gevangen zodat het nog kan dienen als bewijsmateriaal. Lambik meent dat hij het roodborstje hoort spreken, de anderen denken dat hij in de war is.

Het roodborstje legt een ei, dat de volgende morgen bij het ontbijt ontploft. De geest van Savantas blijkt in het ei te zitten en wil nu vreselijk wraak nemen. Wiske zuigt de geest met een stofzuiger op en laat hem buiten wegwaaien. De geest komt noch de hel noch de hemel in, hij moet eerst op Aarde zijn slechte daden goedmaken. Dat doet hij door de professor te laten inzien dat diens uitvindingen de wereld slechts onheil kunnen brengen en dat hij ze moet vernietigen. Barabas raakt overtuigd en vernietigt zijn hele laboratorium, waarna hij besluit om voortaan alleen nog gedichten te schrijven. Savantas vindt rust dankzij deze goede daad.

Achtergronden bij het verhaal

[bewerken | brontekst bewerken]
  • Gezien het onzijdige genus van het woord atoom is Het sprietatoom eigenlijk de enige correcte vorm.
  • Lambik is in zijn debuutverhaal al vrij dom en verstrooid, maar nog niet zo ijdel en arrogant als in veel latere verhalen.
  • Professor Barabas doet in dit verhaal drie nieuwe uitvindingen, waarvan alleen Vitamitje overblijft aangezien hij de rest vernietigt. De professor verdween na dit verhaal eerst enige tijd geheel uit de serie. In Het zingende nijlpaard (1950) kwam hij voor het eerst opnieuw terug, sindsdien is hij altijd een van de vaste en vaakst terugkerende bijpersonages gebleven.
  • Er wordt herhaaldelijk gealludeerd op de voedselschaarste en de rantsoenering die nog steeds gold in de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog, m.n. wanneer Vitamitje gevoed moet worden.
  • De booswicht Savantas zou veel later nog eens terugkeren in Amoris van Amoras (1984), De verdwenen verteller (2002) en De Harteloze Hein (2023).
  • Net als de rakettank in De avonturen van Rikki en Wiske wordt de plot opnieuw bepaald door een gevaarlijke reeks uitvindingen.
  • Het gehucht Rauw, gemeente Mol (in het album gespeld als Moll), wordt in de Tweede Wereldoorlog bekend om zijn winning van spriet. Wanneer in 1928 het Maas-Scheldekanaal wordt verbreed, halen de arbeiders brokken bruine grond naar boven. Deze goedkope brandstof is vooral in de oorlog gewild, vanwege de kolenschaarste.
  • Het gegeven waarbij sterk verkleinde mensen in glazen potten worden opgesloten keerde in enkele latere verhalen nog eens terug, bijvoorbeeld in De Texasrakkers (1959). Mogelijk ligt een soortgelijke scène uit de griezelfilm Bride of Frankenstein (1935) uiteindelijk aan de basis van het hele idee.
Publicaties
Krant of tijdschrift Nummer Publicatiedatum Voorganger Opvolger
De Nieuwe Standaard 3 15 mei 1946 - 27 september 1946 Op het eiland Amoras De vliegende aap
Albumuitgaven
Stripreeks of collectie Nummer Eerste druk Voorganger Opvolger
Vlaamse ongekleurde reeks 3 1948 De vliegende aap De koning drinkt
Vlaamse tweekleurenreeks 42 1960 De wolkeneters De klankentapper
Hollandse tweekleurenreeks 31 1961 De wolkeneters De klankentapper
Vierkleurenreeks 107 september 1970 De charmante koffiepot Twee toffe totems
Strip klassiek 4 september 1981 De vliegende aap De koning drinkt
In de ban van Willy Vandersteen 3 augustus 1984
Suske en Wiske Collectie 11 1986
Rode klassiek reeks 3 10 juni 1993 Op het eiland Amoras De vliegende aap
bijlage Suske en Wiske juli-augustus 1996
Lambik Familiestripboek 1 maart 1997
Originele Verhalen 2 1998
Speciale uitgave 20 september 2000
Lambik Trilogie 20 december 2003
uitgave VUM-groep 3 18 februari 2005 De vliegende aap De koning drinkt
BN De Stem / PZC Reeks 3 7 april 2007 Het eiland Amoras De dolle musketiers
Wegener Reeks 3 2 februari 2008 Het eiland Amoras De dolle musketiers
Anderstalige uitgaven
Taal Reekstitel Albumtitel Datum Opmerkingen
Frans Bob et Bobette Le rayon magique 1961 Tweekleurenreeks
Frans Bob et Bobette Le rayon magique september 1970 Vierkleurenreeks
Engels Willy and Wanda The zincshrinker 1976 Amerikaanse reeks
Zweeds Finn och Fiffi Den magiska strålen 1978
Deens Finn & Fiffi Den magiske stråle 1983
Noors Finn & Fiffi Den magiske strålen 1983
Fins Anu & Antti Vaarallinen säde ?
Chinees Dada & Beibei ? 1992

Achtergronden bij de uitgaven

[bewerken | brontekst bewerken]

De publicatie in De Nieuwe Standaard begon met een aankondiging van 2 stroken op 15 mei 1946, waarna het verhaal volgde in 226 stroken. Het verhaal verscheen voor het eerst in albumvorm in de Vlaamse ongekleurde reeks in 1948. Voor deze albumuitgave werden 6 stroken weggelaten, zodat het verhaal in albumvorm in een stramien van 55 bladzijden paste. De stroken over de reis op de rug van een vlieg en de sprietatoomvelden te Moll zijn verdwenen.

Het verhaal kreeg in deze eerste uitgave albumnummer 3; het werd uitgegeven ná De vliegende aap, hoewel het net iets eerder dan dat verhaal was gemaakt.[1] In 1961 werd een geheel hertekende versie voor het eerst uitgegeven in de Vlaamse en Hollandse tweekleurenreeks. Deze versie kwam in 1967 ook uit in de gezamenlijke tweekleurenreeks. Daarna volgde snel alweer een nieuwe albumuitgave: in 1970 werd het verhaal alsnog volledig ingekleurd en opnieuw uitgebracht, nu in de Vierkleurenreeks met albumnummer 107. Ten opzichte van de allereerste uitgave is het taalgebruik hiet geheel omgezet naar Standaardnederlands; voordat de strip ook de Nederlandse markt massaal veroverde, waren de alleroudste verhalen waaronder dit in het Antwerps (Vandersteens eigen dialect). Het hertekenen is bij dit verhaal vermoedelijk gedaan door Willy Vandersteens zoon Robert. Voor zover bekend is dit het enige in de Vierkleurenreeks heruitgegeven verhaal waarin Robert Vandersteen het tekenwerk heeft gedaan; in de meeste gevallen is dit ofwel gedaan door Willy Vandersteen zelf, of door andere medewerkers van de inmiddels opgerichte Studio Vandersteen (vanaf eind jaren 60 was Paul Geerts in de meeste gevallen de hertekenaar).[2]

De geheel oorspronkelijke verhaalversie, inclusief de verdwenen plaatjes, werd in 1993 nog eens uitgebracht in de Suske en Wiske Klassiek-reeks. Hierbij werden de stroken die in alle eerdere albumuitgaven waren verdwenen, nu dus pas voor het eerst in albumvorm gepubliceerd.