De straatridder
| De straatridder | ||||
|---|---|---|---|---|
| Stripreeks | Suske en Wiske | |||
| Volgnummer | 36 | |||
| Scenario | Willy Vandersteen | |||
| Tekeningen | Willy Vandersteen | |||
| Lijst van verhalen van Suske en Wiske | ||||
| ||||
De straatridder is het zesendertigste stripverhaal uit de reeks van Suske en Wiske. Het is geschreven door Willy Vandersteen en gepubliceerd in De Standaard en Het Nieuwsblad van 2 juli 1955 tot en met 14 november 1955.
De eerste albumuitgave was op 21 december 1955, destijds in de Vlaamse ongekleurde reeks met volgnummer 25. Op 1 juni 1968 verscheen het verhaal met wat aanpassingen (waarbij onder andere Jerom sterk werd hertekend) in de Vierkleurenreeks, met albumnummer 83.[1] In 1996 is de geheel oorspronkelijke verhaalversie opnieuw uitgegeven in Suske en Wiske Klassiek.
Locaties
[bewerken | brontekst bewerken]Personages
[bewerken | brontekst bewerken]- Suske, Wiske met Schanulleke, tante Sidonia, Lambik, Jerom, agenten, commissaris, Flappie (speurhond), Rosinante (paard), pers, Ghalgif, Barend, meneer Ach. Terpoort, boeren, veehandelaren, Marie en andere vrouw, jongetje en zijn ouders
Het verhaal
[bewerken | brontekst bewerken]Sidonia en Lambik vernemen van enkele buren dat Suske en Wiske ’s nachts vies over straat zwerven, waarop Sidonia besluit de kinderen te schaduwen. Het blijkt dat Suske en Wiske heimelijk het huisje van een arme man genaamd Barend bezig zijn op te knappen. Als Barend de huur niet kan opbrengen, zal zijn huurbaas – een onbekende man die nooit uit zijn auto komt – zijn viool in beslag nemen, Barends enige bezit. Suske, Wiske en tante Sidonia besluiten uit barmhartigheid een geheel nieuw huis voor Barend te gaan bouwen.
Lambik en Jerom helpen met de werkzaamheden, maar gedragen zich tegelijk vreemd. Lambik noemt Sidonia Dulsinea. Er gebeuren nog meer vreemde dingen: dieren worden uit de dierentuin vrijgelaten, waarna er plotseling een nijlpaard in het bad van tante Sidonia zit en er een olifant in de woonkamer stata. Ook het huis van Lambik zit ineens vol dieren. Wiske vindt harnassen op zolder. De volgende dag blijken de fundamenten van Barends nieuwe huis al klaar te zijn door een helpende hand van de “straatridder”. Tante Sidonia gaat op onderzoek en komt bij de woonwagen van Lambik en Jerom terecht. Het blijkt dat Lambik deze "straatridder" is en Jerom tot zijn schildknaap heeft benoemd. Lambik heeft namelijk het beroemde boek Don Quichot gelezen, en wil nu in de voetsporen van de hoofdpersoon treden. Hij wil als volgende goede daad de kippen van boer Klaas bevrijden, hetgeen tante Sidonia nog net kan voorkomen. Lambik en Jerom moeten voor de woedende boeren vluchten. Barend krijgt een voordeur cadeau, die echter gestolen blijkt te zijn bij de advocaat Ach. Terpoort. Als Terpoort het verhaal van tante Sidonia hoort, besluit hij de deur cadeau te geven.
In de krant lezen de vrienden later dat de boeren in de Peel bedreigd worden door de straatridder. Ze vermommen zich en vinden Lambik en Jerom, die echter ontkomen. De politie omsingelt het gebied en veldpost 7 ziet de verdachten, maar ze verdwijnen spoorloos. ’s Nachts ontploft het nieuwe huis van Barend. Er ligt een briefje: "De wraak van de straatridder!" De vrienden vinden Barend half bewusteloos bij de ravage: hij zegt dat hij is aangevallen en de dader herkend heeft, maar valt dan in zwijm. Barend wordt naar het huis van tante Sidonia gebracht. Als hij weer bijkomt, zegt hij opeens van niks te weten. Suske vindt een paspoort in Barends vioolkoffer. Als de vrienden weer naar Barend gaan, blijkt hij te zijn verdwenen. Hij heeft een afscheidsbriefje achtergelaten waarin hij hen allen bedankt voor de hulp. Tante Sidonia is woedend op Lambik en Jerom, en ze besluit hen beiden aan te gaan geven bij de politie. Ook Suske en Wiske zijn verbijsterd en erg teleurgesteld in hun vrienden.
Lambik en Jerom willen intussen de veemarkt zuiveren van de veehandelaren. Als de politie hier arriveert, struikelt Lambiks paard Rosinante over een varken. Jerom kan met hen ontkomen naar het bos. Lambik is gewond geraakt aan zijn hoofd en Jerom belt tante Sidonia; zij lokt de twee met wat lieve woorden naar haar huis, terwijl ze intussen van plan is hen meteen aan te geven. Dan blijkt de telefoonlijn echter doorgesneden te zijn. Wiske gaat nu naar het huis van Terpoort om daar alsnog de politie te bellen. Terpoort treft Wiske even later voor zijn voordeur aan in een zak. Ze ziet nog net iemand wegrennen, waarschijnlijk degene die haar erin heeft gestopt. De twee gaan samen naar Sidonia om verslag uit te brengen. Tante Sidonia vertelt op haar beurt over de aanslag op de veemarkt. De advocaat maant iedereen om ondanks alles de politie nog even niet te waarschuwen. Lambik krijgt door een geheimzinnige een boek op zijn hoofd gegooid, waardoor hij weer normaal wordt. Hij zweert vervolgens tegenover iedereen dat hij en Jerom niet achter de aanslag op Barends huis zitten. Lambik vraagt zich af of de advocaat, dan wel Barend zelf erachter kan zitten. Dan belt Terpoort onverwacht via de inmiddels herstelde telefoonlijn. Hij vertelt dat hij net in bed lag toen iemand een handgranaat door het raam bij hem naar binnen gooide. Tot verbijstering van iedereen vermoedt hij dat het Barend was. Suske maakt foto’s van de ravage.
De advocaat vraagt Lambik en Jerom om nogmaals als straatridder op te treden. Sidonia krijgt diezelfde avond een telefoontje van een onbekende, die haar uitdrukkelijk ontraadt om op Terpoorts verzoek in te gaan. Het telefoontje wordt plotseling afgebroken. In de krant staat de volgende dag dat er tien miljoen bij de bank is geroofd. De advocaat zegt dat hij zich kennelijk in Lambik en Jerom heeft vergist. Suske en Wiske zien even later in de havenwijk een jongetje met Schanulleke spelen en horen van zijn vader dat het popje is gevonden bij loods 210. Ze zien de paarden van Lambik en Jerom bij stapels hout en Wiske waarschuwt de politie. Suske wordt door Lambik en Jerom gezien en gevangengenomen. Lambik ontkent nogmaals ten stelligste dat hij en Jerom ook maar iets met de bomaanslag en nu weer de diefstal te maken hebben. Intussen omsingelt de politie de stapels hout en opent het vuur. Tante Sidonia hoort twee dames naast haar zeggen dat in de nacht van de bankoverval hun straat werd schoongemaakt door mannen op paarden. Dit kunnen alleen Lambik en Jerom zijn geweest, en zij kunnen dus niet de daders van de bankoverval zijn. Dan ontploft er een bom bij de houtstapels. Degene die daarvoor verantwoordelijk is, kan Lambik en Jerom met een hijskraan bevrijden uit hun benarde situatie. Het blijkt Terpoort te zijn, die zich schuilhoudt in een buis naast de houtstapels. Hij legt uit dat hij de hijskraan heeft bestuurd. Hij gaat met hen mee naar huis en verdenkt nog altijd Barend. De advocaat brengt Suske en Wiske hierna naar het oude huis van Barend. Suske en Wiske vinden hier tot hun ontzetting de vioolkoffer vol geld, waarmee de verdenking nu inderdaad heel sterk richting Barend gaat. Precies op dat moment is Barend zelf ter plekke en betrapt hen.
Als de kinderen lang wegblijven gaan Sidonia, Lambik, Jerom en Terpoort op zoek. Terpoort brengt hen naar het huis van Barend, waar op dat moment een explosie is. De vrienden vinden Schanulleke tussen het puin en zijn wanhopig. Terpoort vertelt hun dat Suske en Wiske misschien toch nog in leven zijn, omdat hij de huisbaas nu verdenkt in plaats van Barend. Terpoort gaat weg, terwijl hij iedereen maant geen politie te waarschuwen. Weer thuis bekijkt Sidonia nog eens de foto’s van Terpoorts opgeblazen huis. Dan beseft ze ineens dat Terpoort over alles heeft gelogen; hij vertelde dat hij net in bed lag toen de aanslag werd gepleegd, maar staat in gewone kleding die door de explosie is uiteengerukt op de foto. Terpoort pleegde blijkbaar een bomaanslag op zijn eigen huis, zodat hij zelf een slachtoffer leek en veel minder snel verdacht zou worden van de eerdere bomaanslagen. Lambik en Jerom kon hij deze keer niet de schuld geven, aangezien die op dat moment bij Sidonia waren.
Sidonia, Lambik en Jerom vinden de kinderen in de steenkolenkelder van Terpoort. Barend vertelt nu het hele verhaal: dat hij Terpoort betrapte en herkende tijdens de aanslag op zijn eigen huis. Hij ontdekte tevens dat Terpoort in werkelijkheid geen advocaat is, maar een illegale vreemdeling. Hij was bovendien de geheimzinnige "huisbaas" van Barend en gebruikte de streken van de straatridder voor zijn eigen doelen: eerst om in naam van de straatridder het nieuwe huis van Barend op te blazen zodat hij kon doorgaan met Barend te chanteren, later voor de bankoverval. Barend werd gevangengenomen door Terpoort, maar kon ontsnappen. Hij was degene die de telefoonkabels doorsneed en Wiske in een zak stopte, enkel met als doel haar te beschermen. Toen Terpoort Lambik en Jerom weer als straatridder op pad liet gaan zodat hij hun weer iets in de schoenen kon schuiven had hij eerst Barend opnieuw gevangengenomen, toen die naar het huis van tante Sidonia belde om te waarschuwen. Barend kon weer ontsnappen en ontdekte in zijn huis dat het geld van de bankoverval door Terpoort in zijn vioolkoffer verstopt was. Suske en Wiske hadden de koffer net daarvoor gevonden en werden samen met Barend gevangengenomen door Terpoort. Een agent stelt hierna iedereen gerust door te melden dat ze Terpoort ook allang doorhadden; hij is intussen bij de grens gearresteerd.
De vrienden werken het nieuwe huis van Barend nu eindelijk af en hij woont daar nog vele jaren.
Achtergronden
[bewerken | brontekst bewerken]- Een deel van dit verhaal is een duidelijke toespeling op de beroemde roman Don Quichot uit 1605 van de Spaanse schrijver Miguel de Cervantes. Terwijl Lambik in dit verhaal de rol van Don Quichot heeft, speelt Jerom Sancho Panza. Voor de rest zijn er een aantal detective-elementen in verwerkt.
- Ach. Terpoort is een woordspeling op "achterpoort".
- In de oorspronkelijke verhaalversie heette Barend nog Seppe.
- De oorspronkelijke versie van het verhaal bevatte ook nog een verwijzing naar Meeuwen sterven in de haven, een Vlaamse film uit 1955. Aangezien dit de meeste Nederlanders niets zou zeggen en het bovendien snel gedateerd zou raken voor latere generaties lezers, is deze tekst in latere herdrukken verdwenen.
Uitgaven
[bewerken | brontekst bewerken]| Krant of tijdschrift | Nummer | Publicatiedatum | Voorganger | Opvolger |
|---|---|---|---|---|
| De Standaard / Het Nieuwsblad | 28 | 2 juli 1955 - 14 november 1955 | De kleppende klipper | De brullende berg |
| Het Nieuwsblad van het Zuiden | 11 | 8 maart 1956 - 18 juli 1956 | De kleppende klipper | De brullende berg |
| Stripreeks of collectie | Nummer | Eerste druk | Voorganger | Opvolger |
|---|---|---|---|---|
| Vlaamse ongekleurde reeks | 25 | 21 december 1955 | De kleppende klipper | De bokkerijders |
| Hollandse ongekleurde reeks | 16 | 1956 | De kleppende klipper | De brullende berg |
| Vierkleurenreeks | 83 | juni 1968 | De gramme huurling | De stemmenrover |
| Suske en Wiske Collectie | 5 | 1987 | ||
| Uit de schatkamer van Suske en Wiske | 2 | 1988 | ||
| Rode klassiek reeks | 30 | 12 september 1996 | De kleppende klipper | De brullende berg |
| Originele Verhalen | 8 | november 2000 | ||
| Uitgave VUM-groep | 25 | 2005 | De kleppende klipper | De bokkerijders |
Externe links
[bewerken | brontekst bewerken]- De straatridder, Suske en Wiske op het WWW