Naar inhoud springen

Ford Model A (1927)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ford Model A
Ford Model A uit 1929
Ford Model A uit 1929
Bedrijf Ford Motor Company
Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten
Merk Ford
Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten
Type Ford Model A
Productiejaren 1927–1931
Voorganger Ford Model T
Opvolger Ford Model B
Ford Model 18
Motor
2,9 liter 201 CID (3.3 L) L-head-4
Brandstof benzine
Overbrenging
handgeschakeld, 3 versnellingen
Portaal  Portaalicoon   Auto
Het optrekken van een Ford Model A Roadster uit 1930
Het voorbijrijden van een Ford Model A Roadster uit 1930
Het toeteren door een Ford Model A Roadster uit 1930
Het manoeuvreren van een Ford Model A Roadster uit 1930

De Ford Model A is een automodel van de Ford Motor Company dat van 1927 tot 1932 werd geproduceerd. Hij volgde de Ford Model T op en werd zelf opgevolgd door de Ford Model B en de Ford Model 18, waarin Fords nieuwe flathead V8-motor debuteerde. De naam was eerder gebruikt voor een model uit 1903.

De productie begon op 20 oktober 1927; de officiële introductie volgde op 2 december.[1] Het ging om modeljaar 1928, leverbaar in vier standaardkleuren. Het miljoenste exemplaar werd verkocht op 4 februari 1929, het tweemiljoenste op 24 juli 1929 en het driemiljoenste in maart 1930, toen er negen carrosserievarianten leverbaar waren.[2] Bij het einde van de productie in maart 1932 stond de teller volgens de Model A Ford Club of America op 4.858.644.[3]

Achtergrond en ontwikkeling

[bewerken | brontekst bewerken]

Met de Model T had Ford de Amerikaanse automarkt vanaf het midden van de jaren 1910 gedomineerd, maar in de jaren twintig liep het marktaandeel terug. Concurrenten, vooral de divisies van General Motors, hadden Fords massaproductiesysteem ingehaald en boden krachtigere motoren, meer comfort en cosmetische opties.[4][5]

Edsel Ford en de verkooporganisatie drongen er bij Henry Ford op aan met een opvolger te komen. Hij weigerde aanvankelijk, maar gaf toe toen het marktaandeel verder daalde. Ford richtte zich daarna op de mechanische aspecten en op wat tegenwoordig design for manufacturability heet.[6]

Henry Ford had een sterke voorkeur voor gesmede onderdelen boven uit plaatstaal geperste delen, omdat hij die duurzamer achtte; zijn ingenieurs moesten hem ervan overtuigen dat te veel smeedwerk de productiekosten te hoog zou opdrijven.[6] Historici beschouwen het midden van de jaren twintig als het einde van de eerste generatie massaproductie en het begin van de "flexibele massaproductie".[7]

De Model A had een watergekoelde zijklepmotor met vier cilinders in lijn en een cilinderinhoud van 3,3 liter (201 kubieke inch).[8] Hij leverde 30 kW (40 pk) en haalde ongeveer 105 km/u.[8]

De wielbasis was 2.630 mm, de eindoverbrenging 3,77:1. De handgeschakelde versnellingsbak had drie versnellingen vooruit en één achteruit, zonder synchronisatie.[8] Op alle vier de wielen zaten mechanische trommelremmen. De brandstoftank lag in het schot tussen het motorcompartiment en het dashboard, met een visuele meter; de toevoer naar de carburateur verliep via de zwaartekracht. Een binnenspiegel was optioneel.[9]

De Model A was de eerste Ford met het inmiddels gangbare bedieningsschema: koppelings- en rempedaal, gaspedaal en versnellingspook. Eerdere Fords hadden bedieningsorganen die voor bestuurders van andere merken al ongebruikelijk waren. In koudere klimaten kon men in de aftermarket een gietijzeren onderdeel kopen dat over het uitlaatspruitstuk werd gemonteerd om warme lucht naar de cabine te leiden, regelbaar met een klepje. Het was een van de eerste in serie geproduceerde auto's met veiligheidsglas in de voorruit.[10]

Carrosserievarianten

[bewerken | brontekst bewerken]

De prijzen liepen van 385 US$ voor een roadster tot 1.400 US$ voor de Town car. De Tudor-sedan kostte bij introductie 500 US$ en was leverbaar in grijs, groen of zwart.[2]

Beschikbare carrosserieën waren onder meer:

  • Coupé (Standard en Deluxe), Business Coupé, Sport Coupé en Special Coupé
  • Roadster Coupé (Standard en Deluxe)
  • Cabriolet en Convertible Sedan
  • Phaeton (Standard en Deluxe)
  • Tudor Sedan (Standard en Deluxe)
  • Town Car en Town Sedan
  • Fordor (vijfraams Standard, drieraams Deluxe)
  • Victoria
  • Stationwagen
  • Taxi en bedrijfswagens

De zeldzame Special Coupé werd van maart 1928 tot medio 1929 in beperkte oplage gebouwd.

Productie buiten de Verenigde Staten

[bewerken | brontekst bewerken]

Naast de Verenigde Staten werd de Model A gebouwd in Ford-fabrieken in onder meer Argentinië, Australië, Brazilië, Canada, Chili, Denemarken, Frankrijk, Duitsland, Ierland, Italië, Japan, Mexico, Spanje, Turkije, Zuid-Afrika en het Verenigd Koninkrijk.

In Europa, waar autobelasting soms op cilinderinhoud werd geheven, leverde Ford in het Verenigd Koninkrijk een uitvoering met een kleinere motor van 2.043 cc en 28 pk.[11] Door het Britse systeem van fiscale paardenkracht (£1 per pk per jaar) bleef de aanslag toch hoog. De auto werd bovendien te zwaar en te onzuinig bevonden voor de groeiende Europese massamarkt, en te eenvoudig om als luxeproduct mee te kunnen. De Europese verkoop bleef achter bij die van de later in Brittannië en Duitsland gebouwde, kleinere Ford Model Y.[12]

In de Sovjet-Unie werd vanaf 1932 een gelicentieerde versie gebouwd door GAZ, oorspronkelijk een joint venture tussen Ford en de Sovjet-Unie. Deze GAZ-A werd tot 1936 geproduceerd[13] en diende als basis voor de pantserwagens FAI en BA-20, die in het begin van de Tweede Wereldoorlog als verkenningsvoertuigen werden gebruikt.

Nalatenschap en cultuur

[bewerken | brontekst bewerken]

Als een van de meest verspreide auto's van zijn tijd verscheen de Model A vaak in de media uit die jaren. Modelbouwpakketten zijn nog altijd verkrijgbaar, in standaarduitvoering en als hot rod. Onder verzamelaars en hot-rodbouwers heet de auto A-Model Ford, A of A-bone.

Bekende exemplaren zijn de Mean Green Machine, een groene Tudor-sedan uit 1929 die sinds 1974 bij wedstrijden van de University of North Texas verschijnt,[14] en de Ramblin' Wreck, een Sport Coupé uit 1930 die de officiële studentenmascotte is van het Georgia Institute of Technology. De Ala Kart uit 1929, een door George Barris omgebouwde roadster pickup, won twee jaar achtereen de prijs "America's Most Beautiful Roadster" op de Oakland Roadster Show.

Tussen oktober 1992 en december 1994 reden Hector en Hugo Quevedo met een Model A uit 1928 ruim 35.000 km van Punta Arenas in Chili naar Fords hoofdkantoor in Dearborn; de auto staat nu in het Henry Ford Museum.[15] Een Model A uit 1930 waarmee gangster John Dillinger in 1934 aan federale agenten ontsnapte, bracht in 2010 op een veiling 165.000 dollar op.[16]

Zie de categorie Ford Model A (1928-1929) van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.