Naar inhoud springen

Harsige den

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Harsige den
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2011)
Harsige den
Taxonomische indeling
Rijk:Plantae (planten)
Stam:Embryophyta (landplanten)
Klasse:Spermatopsida (zaadplanten)
Clade:Naaktzadigen
Orde:Coniferales
Familie:Pinaceae (dennenfamilie)
Geslacht:Pinus (den)
Soort
Pinus resinosa
Sol. ex Aiton (1789)
Verspreidingsgebied
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Harsige den op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De harsige den of Amerikaanse rode den (Pinus resinosa) is een dennensoort uit de dennenfamilie (Pinaceae), die van nature voorkomt in Oost-Noord-Amerika, met een verspreidingsgebied dat zich uitstrekt van Pennsylvania en het Grote Merengebied tot Manitoba en Newfoundland. Het is een soort die zich makkelijk aanpast en een waardevolle bosbouwsoort in zijn oorspronkelijke verspreidingsgebied. Het aantal chromosomen is 2n=24.

In Nederland staat de harsige den in het Arboretum Van Schalkwijk in Horssen[2] en in Pinetum Quatrebras in Groningen[3].

De harsige den is een groenblijvende naaldboom die gekenmerkt wordt door een hoge, rechte groei.[4] Hij wordt meestal 20 tot 35 meter hoog en heeft een stamdiameter van 1 meter, met uitzondering van exemplaren die een hoogte van 43,77 meter bereiken.[5] De kroon is kegelvormig en wordt met de leeftijd een smalle, ronde koepel. De bast is dik en grijsbruin aan de voet van de boom, maar dun, schilferig en helder oranje-rood in de bovenste kroon. In de scheuren van de bast kan een rode kleur te zien zijn. De soort snoeit zichzelf; er zijn doorgaans geen dode takken aan de bomen en oudere bomen kunnen zeer lange stukken stam zonder takken onder de kroon hebben.[6]

De roodbruine, harsachtige knoppen zijn puntig en eivormig, ongeveer 2 centimeter lang. De randen van de knopschubben zijn gefranjerd. De rechte of licht gedraaide, donker geelgroene naalden zijn 10 tot 12 centimeter lang en groeien in groepjes van twee. Smalle huidmondjesbanden zijn aanwezig aan zowel de boven- als onderkant van de naalden. De naaldranden zijn fijn gezaagd en de naaldpunt is conisch. De naalden zijn broos en breken gemakkelijk bij het buigen, waarbij een schone breuk ontstaat.[7]

De donkerpaarse mannelijke kegels zijn elliptisch en ongeveer 1,5 centimeter groot. De vrouwelijke kegels zijn symmetrisch eivormig, 4–6 cm lang en 2,5 cm breed, en paars voor rijping, rijpend tot nootblauw en openend tot 4–5 cm breed, de schubben zonder stekels en bijna steelloos.[8] De bruine pitten zijn eivormig en 0,3 tot 0,5 centimeter lang, met een vleugel van maximaal 2 centimeter lang.[7]

De harsige den groeit goed op zandgronden en op arme gronden. Hij is ook te vinden op drogere, meer brandgevoelige plaatsen dan de weymouthden, maar groeit er vaak samen mee.[8]