Naar inhoud springen

Sleedoorn

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Sleedoorn
Sleedoorn
Taxonomische indeling
Rijk:Plantae (Planten)
Stam:Embryophyta (Landplanten)
Klasse:Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade:Bedektzadigen
Clade:'Nieuwe' tweezaadlobbigen
Clade:Fabiden
Orde:Rosales
Familie:Rosaceae (Rozenfamilie)
Geslacht:Prunus
Soort
Prunus spinosa
L. (1753)
Vruchten
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Sleedoorn op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De sleedoorn (Prunus spinosa) is een plantensoort uit de rozenfamilie (Rosaceae).

De Nederlandse triviale naam 'sleedoorn' bevat een oud woord voor pruim, slee, dat onder meer verwant is met het woord voor pruim in de Slavische talen, een woord dat terug te vinden is in de naam slivovitsj en szilva pálinka.

De sleedoorn is een bladverliezende struik die een hoogte kan bereiken van ± 2–6 m. De bloeitijd van de soort loopt van eind februari tot april. De struik bloeit voordat de bladeren aanwezig zijn. De vruchtzetting vindt plaats vanaf augustus. Het hout van de soort is zeer hard.

De sleedoorn komt voor op matig vochtige tot vrij droge, eutrofe tot mesotrofe, kalkhoudende tot zwak zure bodems. Ze is het meest vitaal op standplaatsen in de volle zon tot in de halfschaduw. De soort treedt vooral op in mantelvegetatie, in struweelhagen en in de struiklaag van lichte en jonge loofbossen.

De zaadverspreiding van de sleedoorn vindt hoofdzakelijk plaats via ornithochorie. In de herfst en de winter vormen de bessen een belangrijke voedselbron voor vogels, in het bijzonder lijsters. De planten kunnen zich ook uitbreiden via wortelopslag. Sleedoorn is door haar doorns redelijk beschermd tegen de vraat van grote grazers. Wanneer ze in weilanden eenmaal aangeslagen is, neemt ze meer en meer ruimte in. Dit biedt in de successie tevens de gelegenheid aan boomsoorten zoals zomereik om tot wasdom te komen. Voorts biedt de sleedoorn met haar doornige takken een geschikte broed- en schuilplaats voor de wat kleinere zangvogels en kleine zoogdieren. De bestuiving van de plant wordt uitgevoerd door insecten. De sleedoorn is belangrijke drachtplant voor onder andere metselbijen, hommels, zweefvliegen en dagvlinders.

Vrucht aangetast door narrentasje

De sleedoorn is de waardplant voor verscheidene vlindersoorten. Onder de dagvlinders betreft dit de sleedoornpage, pruimenpage en koningspage. Onder de nachtvlinders betreft het de meidoornstippelmot en pruimenmot. De meidoornstippelmot kan opvallende rupsennesten maken waarin de vele rupsen de struik praktisch kaal kunnen vreten. De rupsen van de pruimenmot eten enkel de vruchten.

Ook parasiteren verscheidene schimmels op de sleedoorn. Hiertoe behoren sleedoornroest en sleedoornmeeldauw (die de bladeren aantasten), en narrentasje (dat de vruchten vervormd).

In de syntaxonomie staat de sleedoorn binnen de struweelformatie te boek als kensoort voor de sleedoorn-orde.

Kaart van het natuurlijke verspreidingsgebied

Het natuurlijke verspreidingsgebied van de sleedoorn strekt zich uit over grote delen van Europa, noordelijk tot in Zuid-Scandinavië en zuidelijk tot in Midden-Spanje en het zuidoosten van de Kaukasus. Ook in Zuidwest-Azië en Noord-Afrika komt de soort voor. In de Benelux is de sleedoorn zeer algemeen.

De vruchten van de sleedoorn, die sleepruimen worden genoemd, zijn zeer wrang, en worden pas smakelijk als de vorst eroverheen geweest is. De vruchten worden wel verwerkt in jam, vruchtenmoes, vruchtensap, likeur (sloe gin of patxaran), vruchtenwijn en brandewijn, bijvoorbeeld slivovitsj.

[bewerken | brontekst bewerken]
Mediabestanden die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Prunus spinosa op Wikimedia Commons.