buren
Uiterlijk
- bu·ren
de buren mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord buur
- ▸ Ze had ook geruchten gehoord over socialisten die anarchisten ervan langs gaven omdat ze hadden geprobeerd de plaatselijke kerk in brand te steken en die zelfs hun rechtse buren in hun broodovens verborgen om ze voor een gewisse dood te behoeden wanneer de radicalen opdoken.[1]
- ▸ Met veel hulp van de plaatselijke thuiszorg, haar buren en van mijn broer en mij kon ze er ondanks haar beperkingen nog zelfstandig blijven wonen.[2]
- Het woord buren staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "buren" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[3] |
- ↑ Jessie Burton vert. Marja Borg“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704 - ↑ Teuntje de Haan“Een muur van water” (2018), Em. Querido's Uitgeverij
, ISBN 9789021409375 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
- bu·ren
buren
- voltooid (verleden) deelwoord bedrijvende vorm van vara
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 5
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %
- Woorden in het Zweeds
- Woorden in het Zweeds van lengte 5
- Werkwoordsvorm in het Zweeds