Naar inhoud springen

buren

Uit WikiWoordenboek
  • bu·ren

deburenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord buur
     Ze had ook geruchten gehoord over socialisten die anarchisten ervan langs gaven omdat ze hadden geprobeerd de plaatselijke kerk in brand te steken en die zelfs hun rechtse buren in hun broodovens verborgen om ze voor een gewisse dood te behoeden wanneer de radicalen opdoken.[1]
     Met veel hulp van de plaatselijke thuiszorg, haar buren en van mijn broer en mij kon ze er ondanks haar beperkingen nog zelfstandig blijven wonen.[2]
99 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[3]
  1. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  2. Teuntje de Haan
    “Een muur van water” (2018), Em. Querido's Uitgeverij op Wikipedia, ISBN 9789021409375
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
  • bu·ren

buren

  1. voltooid (verleden) deelwoord bedrijvende vorm van vara