Grootkegelden
| Grootkegelden IUCN-status: Gevoelig | ||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Zaadkegel | ||||||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
| Soort | ||||||||||||||
| Pinus coulteri D. Don (1836) | ||||||||||||||
| Verspreidingsgebied van de grootkegelden | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
De grootkegelden (Pinus coulteri) is een dennensoort uit de dennenfamilie (Pinaceae). Pinus coulteri is vernoemd naar Thomas Coulter, een Ierse botanicus en arts.[1] Hoewel de soort een beperkt verspreidingsgebied in het wild heeft, is de grootkegelden een populaire sierboom en wordt hij in veel landen gekweekt. De grootkegelden komt het meest voor op steile hellingen en bergkammen op het zuiden.[2][3][4][5] De bodem kan arm tot vruchtbaar zijn en is doorgaans droog. De grootkegelden is een indicator voor serpentijnbodems, maar komt ook voor op diverse andere substraten.[5][6][7] Serpentijngrond is een ongebruikelijk grondsoort die ontstaat door verweerd ultramafisch gesteente zoals peridotiet en de metamorfe derivaten daarvan, zoals serpentiniet. De bodem varieert van leemachtig tot grindachtig of rotsachtig.[5][6][7] De grootkegelden komt voor op een hoogte van 150–2100 m.[8][9]
In Nederland komt een boom voor in De Koppele in Eindhoven met een hoogte van 25,40 m (2019). Verder komen exemplaren voor in de Botanische Tuin Kerkrade, Landgoed Schovenhorst en Arboretum Van Schalkwijk[10] In andere Europese landen komen ook enkele exemplaren voor, vooral in het Verenigd Koninkrijk.
De grootkegelden is een groenblijvende naaldboom die tot wel 100 jaar oud kan worden.[11] Hij is inheems in de kustgebergten van Zuid-Californië in de Verenigde Staten en het noorden van Baja California in Mexico, en komt voor in mediterrane klimaten, waar winterregens schaars zijn en de zomers droog zijn met af en toe onweersbuien.[12] Geïsoleerde kleine opstanden zijn te vinden tot zo ver noordelijk als Clearlake, Californië, op de flanken van Mount Konocti en in het Black Diamond Mines Regional Preserve. Hoewel geografisch geïsoleerd, vertoonden deze populaties grootkegeldennen in alle drie de onderzoeken naar morfologische kenmerken grote overeenkomsten. Ook de oleoharsen (vluchtige bestanddelen) waren vergelijkbaar.[13]
De grootkegelden produceert een van de zwaarste kegels van alle dennenbomen, tot wel 3,63 kg[14]. Onder de coniferen worden deze alleen overtroffen door de kegels van Araucaria bidwillii.[15]
Beschrijving
[bewerken | brontekst bewerken]De grootkegelden is een groenblijvende naaldboom uit het geslacht Pinus. De boom wordt 10 tot 24 meter hoog,[16] The Gymnosperm Database.met een stamdiameter tot 1 meter. De stam is recht en de takken staan horizontaal tot naar boven gebogen. De bast is donkergrijsbruin tot bijna zwart, diep gegroefd, met lange, schilferige, onregelmatig vertakte, afgeronde ribbels.[17] De kroon is piramidaal en kan dicht of open zijn, afhankelijk van de standplaats.[11] De naalden staan in bundels van drie, zijn blauwgrijsgroen van kleur, 15 tot 30 centimeter lang en stevig, 2 millimeter dik.[18]
Het meest kenmerkende van deze boom zijn de grote, stekelige kegels, die 20–40 cm lang zijn (soms zijn er exemplaren van wel 50 cm lengte waargenomen)[19] en 23 cm breed.[20] Ze wegen vers 2–5 kg. Elke schub is voorzien van een klauwachtige haak. Hoewel de slanke kegels van de suikerden langer zijn, produceren grootkegeldennen de grootste kegels van alle dennensoorten, en wordt mensen aangeraden een helm te dragen bij het werken in grootkegeldennenbossen. De grote omvang van de kegels, in combinatie met de klauwachtige schubben, heeft ze bij de lokale bevolking de bijnaam "weduwenmakers" opgeleverd.[21] Zaadkegels rijpen in twee jaar, waarna geleidelijk de zaden loskomen. Ze zijn massief, zwaar, hangend, asymmetrisch aan de basis, smal eivormig vóór het openen, eivormig-cilindrisch wanneer ze open zijn, 20-35 cm lang, licht geelbruin van kleur en harsachtig, met stelen tot 3 cm. De apofysen zijn dwarsruitvormig, sterk en scherp gekield, langwerpig, gebogen en met umbo's waardoor lange, omhooggebogen klauwen van 2,5-3 cm gevormd worden. De zaden zijn omgekeerd eivormig, donkerbruin van kleur en 15-22 cm lang, met een vleugel tot 25 mm.[17]
- Bomen
- Mannelijke kegels
- Bast
- Schubuiteinden
- Zaden met vleugels
- ↑ Pinus coulteri | Landscape Plants | Oregon State University. landscapeplants.oregonstate.edu. Geraadpleegd op 30 maart 2026.
- ↑ Schoenherr, Allan A. (1990). Endangered plant communities of Southern California: proceedings of the 15th annual symposium /. Southern California Botanists, Rancho Santa Ana Botanic Gardens, Claremont, CA. DOI:10.5962/bhl.title.120758.
- ↑ Barbour, Michael G. 1988. Californian upland forests and woodlands. In: Barbour, Michael G.; Billings, William Dwight, eds. North American terrestrial vegetation. Cambridge; New York: Cambridge University Press:131-164. [13880]
- ↑ Vogl, Richard J. 1976. An introduction to the plant communities of the Santa Ana and San Jacinto Mountains. In: Latting, June, ed. Symposium proceedings: plant communities of southern California; 1974 May 4; Fullerton, CA. Special Publication No. 2. Berkeley, CA: California Native Plant Society: 77-98. [4230]
- 1 2 3 Holland, Robert F. 1986. Preliminary descriptions of the terrestrial natural communities of California. Sacramento, CA: California Department of Fish and Game. 156 p. [12756]
- 1 2 Krochmal, Arnold; Krochmal, Connie. 1982. Uncultivated nuts of the United States. Agriculture Information Bulletin 450. Washington, DC: U.S. Department of Agriculture, Forest Service. 89 p. [1377]
- 1 2 Kruckeberg, Arthur R. (31 december 1996). California Serpentines. University of California Press. DOI:10.1525/9780520915725. ISBN 978-0-520-91572-5.
- ↑ Thorne, Robert F. 1976. The vascular plant communities of California. In: Latting, June, ed. Symposium proceedings: plant communities of southern California; 1974 May 4; Fullerton, CA. Special Publication No. 2. Berkeley, CA: California Native Plant Society: 1-31. [3289]
- ↑ Zobel, Bruce. 1953. Geographic range and intraspecific variation of Coulter pine. Madrono. 11(8): 285-316. [21797]
- ↑ Arboretum Van Schalkwijk
- 1 2 Horton, Jerome S. 1949. Trees and shrubs for erosion control of southern California mountains. Berkeley, CA: U.S. Department of Agriculture, Forest Service, California [Pacific Southwest] Forest and Range Experiment Station; California Department of Natural Resources, Division of Forestry. 72 p. [10689]
- ↑ Minnich, Richard A. 1976. Vegetation of the San Bernardino Mountains. In: Latting, June, ed. Symposium proceedings: plant communities of southern California; 1974 May 4; Fullerton, CA. Special Publication No.2. Berkeley, CA: California Native Plant Society: 99-124. [4232]
- ↑ St. John, Harold. 1973. List and summary of the flowering plants in the Hawaiian islands. Hong Kong: Cathay Press Limited. 519 p. [25354]
- ↑ (en) Pinus coulteri | Portland.gov. www.portland.gov. Geraadpleegd op 30 maart 2026.
- ↑ Araucaria bidwillii | Landscape Plants | Oregon State University. landscapeplants.oregonstate.edu. Geraadpleegd op 30 maart 2026.
- ↑ Earle, Christopher J., ed. (2018). "Pinus coulteri".
- 1 2 Kral, R. 1993. Pinus. Flora of North America Editorial Committee (eds.): Flora of North America North of Mexico, Vol. 2. Oxford University Press.
- ↑ Pinus coulteri | Landscape Plants | Oregon State University. landscapeplants.oregonstate.edu. Geraadpleegd op 31 maart 2026.
- ↑ Lanner, Ronald M. (1999). Conifers of California. Cachuma Press, Los Olivos, California, 73–74.
- ↑ Gardener's Chronicle Volume 23 (third series)(March 28, 1885) Page 415
- ↑ (en) Calscape, Coulter Pine. calscape.org. Geraadpleegd op 17 maart 2026.