Naar inhoud springen

schelp

Uit WikiWoordenboek
Een geopende schelp op het strand
  • schelp
enkelvoud meervoud
naamwoord schelp schelpen
verkleinwoord schelpje schelpjes
  • In de betekenis van ‘schaal (van weekdier)’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1287 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord schelp
verkleinwoord

de schelp v / m

  1. (zoötomie) uit kalk (calciet en/of aragoniet) en andere mineralen bestaand, gewoonlijk uitwendig skelet, dat door een weekdier (stam der Mollusca op Wikispecies) wordt aangemaakt
    • Schelpen op het strand. 
    ▸ Door de ragdunne gordijnen kleurde de kamer lichtroze, alsof ze in het hart van een schelp stonden.[2]
    ▸ Kitty pakte een schelp met een hand en haar oestermes met de andere en bracht ze onverrichterzake bij elkaar.[3]
  2. (kleur) de zachte kleur van schelpen
  3. (anatomie) het uitwendig deel van het menselijk oor
    • Reinig uitsluitend de schelp van het oor en gebruik hiervoor uitsluitend water.[4] 
  • In zijn schulp ( of schelp) kruipen
Stoett-2041 [5]
99 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[6]